10.12.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 362/14
Beroep ingesteld op 7 oktober 2011 — Europese Commissie/Helleense Republiek
(Zaak C-517/11)
2011/C 362/21
Procestaal: Grieks
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: M. Patakia, I. Chatzigiannis en S. Petrova)
Verwerende partij: Helleense Republiek
Conclusies
—
vaststellen dat de Helleense Republiek:
door niet de maatregelen vast te stellen die noodzakelijk waren om de verslechtering te voorkomen van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten waarvoor speciale beschermingszone (SBZ) 1220009 is aangewezen en, meer bepaald, niet alle maatregelen te hebben vastgesteld die noodzakelijk waren om uitvoering te geven aan de acties tegen illegale boringen, irrigatie, storting van industrieel afval en aan het project voor het beheer en het integrale programma voor de monitoring van het nationale park van de meren van Koroneia-Volvi en Makedonikon Tempon, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43/EG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, juncto artikel 7 van diezelfde richtlijn;
door niet het systeem voor de opvang en de behandeling van stedelijk afvalwater voor de stedelijke agglomeratie Langada te voltooien, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens de artikelen 3 en 4, leden 1 en 3, van richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater;
—
de Helleense Republiek verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
1)
De niet-nakoming heeft betrekking op de verslechtering van de kwaliteit en de vervuiling van het meer van Koroneia (prefectuur van Salonicco), als gevolg van een reeks milieuvervuilingen en het verzuim om het rechtskader dat door de Helleense Republiek voor de bescherming van eerdergenoemd meer is vastgesteld, toe te passen.
2)
Om aan de regelgeving van de Unie op milieugebied te voldoen, hebben de Griekse autoriteiten een gebiedsbeschermingsregeling (interministerieel decreet nr. 6919/2004), een specifiek programma voor de beperking van de vervuiling van de meerwateren (interministerieel decreet nr. 35308/1838/2005) en een project om de nitraatvervuiling te bestrijden (interministerieel decreet nr. 16175/824/2006) vastgesteld, en hebben zij 21 acties goedgekeurd die nodig waren voor de herkwalificatie van het meer in de context van een streefplan van de prefectuur (hierna ook: „Masterplan”). Tegelijkertijd hebben zij via fondsen van de Unie de financiering van deze maatregelen zekergesteld (zie meer bepaald beschikking C(2005) 5779 van het Cohesiefonds van 19 december 2005 inzake de financiering van infrastructuurwerken).
3)
De Commissie meent niettemin dat de Griekse autoriteiten nog steeds in belangrijke mate verzuimen om aan het betrokken rechtskader uitvoering te geven. Het probleem van de verslechtering van de kwaliteit van het meer is nog steeds niet opgelost, zodat de uitvoering van sommige van de 21 acties (die een noodzakelijke voorwaarde zijn om toegang tot EU-financiering te krijgen) vertraging heeft opgelopen. Vanwege het gebrek aan vooruitgang bij de toepassing van de geprogrammeerde maatregelen, heeft de Commissie besloten om bij het Hof van Justitie beroep in te stellen.
4)
Meer bepaald stelt de Commissie een schending van artikel 6, lid 2, juncto artikel 7 van richtlijn 92/43/EEG, dat ertoe sterkt om de verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten in specialebeschermingszones te voorkomen, evenals storende factoren die gevolgen hebben voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen en voor het behoud van wilde vogels.
5)
Naar het oordeel van de Commissie heeft Griekenland niet alle maatregelen getroffen om uitvoering te geven aan alle acties die zijn uitgewerkt en die noodzakelijk zijn geacht ter bereiking van de doelstellingen van genoemde bepalingen.
6)
Meer bepaald
—
zijn de illegale boringen niet definitief stilgelegd, hetgeen door de Griekse autoriteiten noodzakelijk werd geacht voor de herkwalificatie van het meer;
—
is de irrigatie nog niet tot een houdbaar niveau beperkt, zoals volgt uit het feit dat de Griekse autoriteiten geen bewijs hebben overgelegd waaruit blijkt dat de voorgenomen maatregelen zijn vastgesteld;
—
is de studie naar de werken voor de aanleg van het gemeenschappelijke irrigatiesysteem en de verrijking van het freatisch vlak van het meer van Koroneia nog niet op punt gesteld en is het stort voor industrieel afval nog niet gerealiseerd, aangezien niet is gebleken dat het contract voor de aanleg van zijbekkens voor fermentatie reeds is ondertekend. Bovendien zijn nog steeds vierde vervuilende industriële installaties illegaal actief.
—
is het beheersproject en het integrale programma voor monitoring van het nationale park van de meren van Koroneia-Volvi en Makedonikon Tempon nog niet goedgekeurd.
7)
De Commissie meent bovendien dat de artikelen 3 en 4 van richtlijn 91/271/EEG inzake de lozing van en de opvangsystemen voor stedelijk afvalwater zijn geschonden. Wat immers de aanleg van het opvangsysteem van Longada betreft, bestaande uit eenheden voor de opvang van huishoudelijk en industrieel afvalwater, en de biologische werking ervan, heeft de Commissie geen mededeling van de Griekse autoriteiten ontvangen dat de eerste fase van de werken is afgerond, die, indien zij zouden zijn afgerond, 50 % van de bevolking van de stad Langada zouden hebben bediend. In elk geval is de tweede fase van de lozingsinstallatie voor Langada, die 100 % van de bevolking zou hebben bediend, nog steeds voorwerp van studie.
8)
Tot slot, is wat het tweede niveau van behandeling van stedelijk afvalwater betreft, niet gebleken dat het daarop betrekking hebbende contract was ondertekend op de datum waarop de Griekse autoriteiten op het met redenen omklede verzoek hebben geantwoord.
Full & Egal Universal Law Academy