10.12.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 362/15
Beroep ingesteld op 11 oktober 2011 — Europese Commissie/Franse Republiek
(Zaak C-520/11)
2011/C 362/22
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: F. Jimeno Fernández en D. Bianchi, gemachtigden)
Verwerende partij: Franse Republiek
Conclusies
De Europese Commissie verzoekt te Hof:
—
vast te stellen, dat de Franse Republiek de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 4, lid 3, VEU en artikel 288 VWEU, door niet de beschikking van de Commissie 2009/726/EG uit te voeren waarbij de Franse Republiek werd verzocht om de toepassing van haar maatregelen houdende een verbod op het binnenbrengen op haar grondgebied van voor menselijke consumptie bestemde melk en melkproducten, afkomstig van bedrijven waar een geval van klassieke scrapie is bevestigd, op te schorten;
—
de Franse Republiek in de kosten te verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
Op 25 februari 2009 heeft Frankrijk een besluit vastgesteld inzake het verbod op invoer op Frans grondgebied van voor menselijke consumptie bestemde melk, melkproducten en producten die van schapen en geiten afkomstige melk bevatten die een risico opleveren in het licht van overdraagbare spongiforme encefalopathie.
De Commissie heeft de zaak voor het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid (hierna: „PCVD”) gebracht met het oog op de verlenging, wijziging of opheffing van de bovenvermelde nationale beschermingsmaatregelen.
Op basis van de beschikbare wetenschappelijke adviezen evenals overleg op 24 september 2009 met de PCVD heeft de Commissie geoordeeld dat de door Frankrijk aangenomen beschermingsmaatregelen, zelfs indien rekening wordt gehouden met het voorzorgsbeginsel, verder gaan dan noodzakelijk is om een ernstig risico voor de menselijke gezondheid te voorkomen, en heeft zij ingevolge artikel 54, lid 2 van verordening 178/2002 (1) de beschikking 2009/726/EG (2) vastgesteld waarin Frankrijk werd verzocht om de toepassing van deze maatregelen op te schorten.
De Franse Republiek heeft een verzoekschrift strekkende tot nietigverklaring van deze beschikking neergelegd. Zij heeft echter niet om de opschorting van de tenuitvoerlegging van deze beschikking verzocht.
Volgens de Commissie is de Franse Republiek, door de vermelde beschikking niet uit te voeren, de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 4, lid 3, VEU en artikel 288 VWEU.
Ten eerste dienen de lidstaten, ingevolge artikel 4, lid 3, VEU, elke algemene of bijzondere maatregel te treffen die geschikt is om de nakoming van de uit de Verdragen of uit de handelingen van de instellingen van de Unie voortvloeiende verplichtingen te verzekeren.
Ten tweede bepaalt artikel 288 VWEU dat een besluit verbindend is in al zijn onderdelen ten aanzien van zijn adressaten teneinde de volle werking van dat besluit te verzekeren.
Ten slotte heeft het door de Franse Republiek ingestelde beroep tot nietigverklaring van beschikking 2009/726/EG geen opschortende werking en aangezien de Franse Republiek niet om de opschorting van de tenuitvoerlegging van die beschikking heeft verzocht, is de toepassing van de bestreden beschikking niet opgeschort.
(1) Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden. (PB L 31, blz. 1).
(2) Beschikking van de Commissie van 24 september 2009 betreffende door Frankrijk genomen tijdelijke beschermende maatregelen met betrekking tot het binnenbrengen op zijn grondgebied van melk en melkproducten, afkomstig van een bedrijf waar een geval van klassieke scrapie is bevestigd (PB L 258, blz. 27).
Full & Egal Universal Law Academy