5.5.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 133/32
Rectificatie van de mededeling in het Publicatieblad in zaak C-528/11
( Publicatieblad van de Europese Unie C 370 van 17 december 2011 )
2012/C 133/64
De tekst van de mededeling in het Publicatieblad in zaak C-528/11, Halaf, wordt vervangen door de volgende tekst:
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Administrativen Sad Sofia-grad (Bulgarije) op 18 oktober 2011 — Zuheyr Freyeh Halaf/Darzhavna agentsia za bezhantsite pri Ministerski savet
(Zaak C-528/11)
2012/C 133/64
Procestaal: Bulgaars
Verwijzende rechter
Administrativen Sad Sofia-grad
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Zuheyr Freyeh Halaf
Verwerende partij: Darzhavna agentsia za bezhantsite pri Ministerski savet
Prejudiciële vragen
1.
Moet artikel 3, lid 2, van verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad van 18 februari 2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (1) aldus worden uitgelegd dat dit toestaat dat een lidstaat de verantwoordelijkheid voor de behandeling van een asielverzoek overneemt, wanneer bij de asielzoeker geen sprake is van persoonlijke omstandigheden die de toepassing van de humanitaire clausule in artikel 15 van deze verordening rechtvaardigen, en wanneer de krachtens artikel 3, lid 1, van de verordening verantwoordelijke lidstaat niet heeft geantwoord op een terugnameverzoek krachtens artikel 20, lid 1, van genoemde verordening, in aanmerking genomen dat deze verordening geen bepalingen bevat over de inachtneming van het solidariteitsbeginsel in artikel 80 VWEU?
2.
Welke inhoud heeft het recht op asiel krachtens artikel 18 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie juncto artikel 53 van het Handvest en de definitie die is opgenomen in artikel 2, sub c, en punt 12 van de considerans van verordening nr. 343/2003?
3.
Moet artikel 3, lid 2, van verordening nr. 343/2003 juncto de krachtens artikel 78, lid 1, VWEU bestaande verplichting om volkenrechtelijke instrumenten op asielgebied in acht te nemen, aldus worden uitgelegd dat de lidstaten gehouden zijn om in procedures voor de bepaling van de krachtens verordening nr. 343/2003 verantwoordelijke lidstaat, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor Vluchtelingen om een zienswijze te verzoeken, wanneer in documenten van deze organisatie feiten en conclusies worden aangevoerd waaruit blijkt dat de krachtens artikel 3, lid 1, van verordening nr. 343/2003 verantwoordelijke lidstaat de voorschriften van het recht van de Unie op asielgebied schendt?
Indien de hiervoor gestelde vraag bevestigend wordt beantwoord, wordt verzocht ook de volgende vraag te beantwoorden:
Wanneer niet om een dergelijke zienswijze van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor Vluchtelingen wordt gevraagd, wordt dan de procedure voor de bepaling van de krachtens artikel 3, lid 1, van verordening nr. 343/2003 verantwoordelijke lidstaat wezenlijk geschonden en wordt daardoor het recht op behoorlijk bestuur en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte overeenkomstig de artikelen 41 en 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie geschonden, tevens rekening houdend met artikel 21 van richtlijn 2005/85/EG van de Raad van 1 december 2005 betreffende minimumnormen voor de procedures in de lidstaten voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus (2) dat deze organisatie het recht toekent om een zienswijze te geven bij de behandeling van individuele asielverzoeken?
(1) PB L 50, blz. 1.
(2) PB L 326, blz. 13.
Full & Egal Universal Law Academy