11.2.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 39/7
Beroep ingesteld op 18 oktober 2011 — Europese Commissie/Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
(Zaak C-530/11)
2012/C 39/11
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: P. Oliver, L. Armati, gemachtigden)
Verwerende partij: Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
Conclusies
Verzoekster concludeert dat het het Hof behage:
—
vast te stellen dat het Verenigd Koninkrijk, door na te laten de artikelen 3, lid 7, en 4, lid 4, van richtlijn 2003/35/EG (1) van het Europees Parlement en de Raad tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de richtlijnen 85/337/EEG (2) en 96/61/EG (3) van de Raad, volledig en correct uit te voeren, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen;
—
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Overeenkomstig de artikelen 3, lid 4, en 4, lid 4, van richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad mogen gerechtelijke procedures inzake milieuaangelegenheden niet buitensporig kostbaar zijn. Deze artikelen vormen de tenuitvoerlegging van artikel 9, lid 4, van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, dat door de Unie en de meeste lidstaten is afgesloten.
De Commissie betoogt dat het Verenigd Koninkrijk heeft verzuimd deze bepalingen in elk van zijn drie rechtsgebieden uit te voeren (Engeland en Wales, Schotland en Noord-Ierland).
Op basis van een analyse van de voorschriften en praktijken binnen deze rechtsgebieden en van een onderzoek van het concept „buitensporig kostbare” procedure, voert de Commissie ook aan dat het Verenigd Koninkrijk deze bepalingen niet correct heeft toegepast.
(1) Richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de richtlijnen 85/337/EEG en 96/61/EG van de Raad — Verklaring van de Commissie (PB L 156, blz. 17).
(2) Richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 175, blz. 40).
(3) Richtlijn 96/61/EG van de Raad van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PB L 257, blz. 26).
Full & Egal Universal Law Academy