28.1.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 25/30
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landesgericht Salzburg (Oostenrijk) op 21 oktober 2011 — Hermine Sax/Pensionsversicherungsanstalt Landesstelle Salzburg
(Zaak C-538/11)
2012/C 25/52
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Landesgericht Salzburg
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Hermine Sax
Verwerende partij: Pensionsversicherungsanstalt Landesstelle Salzburg
Prejudiciële vragen
1)
Moeten verordening (EG) nr. 883/2004, en met name artikel 7 en titel III van hoofdstuk I (Prestaties bij ziekte) hiervan, en verordening (EG) nr. 987/2009 aldus worden uitgelegd dat een persoon die langdurige zorg behoeft op grond van een Oostenrijks pensioen (Pension), onafhankelijk van zijn hoofdwoonplaats in de Bondsrepubliek Duitsland de betaling kan verlangen van een verzorgingstoelage op grond van het Bundespflegegeldgesetz (wet inzake de verzorgingstoelage; BPGG) in de vorm van een uitkering bij ziekte, wanneer deze aan de overige voorwaarden voor aanspraak van het BPGG voldoet, en verzetten deze verordeningen zich dan tegen de toepassing van het nationale voorschrift in § 3 van het BPGG?
2)
Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord:
Moeten verordening (EG) nr. 883/2004, en met name de artikelen 10 en 11, lid 3, sub e, en de artikelen 21, 29 en 34 althans titel III van hoofdstuk 1 (prestaties bij ziekte) hiervan, en verordening (EG) nr. 987/2009 aldus worden uitgelegd dat een persoon die langdurige zorg behoeft op grond van een dubbel pensioen, in casu een Oostenrijks pensioen (Pension) en een Duits pensioen, onafhankelijk van zijn hoofdwoonplaats in de Bondsrepubliek Duitsland de betaling kan verlangen van een verzorgingstoelage op grond van het Bundespflegegeldgesetz (BPGG) in de vorm van een uitkering bij ziekte, wanneer deze aan de overige voorwaarden voor aanspraak van het BPGG voldoet, en verzetten deze verordeningen zich dan tegen de toepassing van het nationale voorschrift in § 3 van de BPGG?
3)
Indien de tweede vraag bevestigend wordt beantwoord:
Hoe moeten verordening (EG) nr. 883/2004, en meer bepaald de artikelen 10 en 34, en artikel 31 hiervan, en verordening (EG) nr. 987/2009 worden uitgelegd bij samenloop en verrekening van prestaties uit het socialezekerheidsstelsel ter dekking van het risico van langdurige zorg, in casu bij aanspraak op een gemengde prestatie van een Duitse verzorgingstoelage (keuze tussen zorgverstrekking of een uitkering) en een Oostenrijkse verzorgingstoelage, meer bepaald:
3.1.
Moet de te exporteren Oostenrijkse verzorgingstoelage op grond van het BPGG alleen in mindering worden gebracht op de uitkering die in de het woonland wordt verstrekt of alleen op de zorgverstrekking of op de gehele zorgprestatie (totaalbedrag van de verzorgingstoelage en de waarde van de zorgverstrekking), en moet hierbij rekening worden gehouden met de onderscheiden prijsniveaus in de betrokken lidstaten?
3.2.
Moet er bij de te verrichten verrekening rekening mee worden gehouden of het woonland volledig gedekte zorgverstrekkingen toekent, althans moeten dergelijke zorgverstrekkingen van het woonland bij de verrekening buiten beschouwing worden gelaten, wanneer zij alleen in het socialezekerheidsstelsel van het woonland ter dekking van de risico’s van langdurige zorg zijn voorzien?
3.3.
Moet het Sozialgericht dat door de persoon die langdurige zorg behoeft is aangezocht, de inhoudelijke voorwaarden voor een verrekening toetsen wanneer de verwerende beslissingsinstantie geen procedure in de zin van artikel 31 van verordening (EG) nr. 987/2009 heeft ingeleid, niets heeft aangevoerd ter zake van de vraag naar volledig gedekte verrichtingen en meer bepaald heeft verzuimd om de persoon die langdurige zorg behoeft in kennis te stellen van het verbod van samenloop van verrichtingen?
Full & Egal Universal Law Academy