4.2.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 32/14
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal Administrativo e Fiscal do Porto (Portugal) op 22 november 2011 — Grande Área Metropolitana do Porto (GAMP)/Ministério da Agricultura, do Mar, do Ambiente e do Ordenamento do Território e.a.
(Zaak C-579/11)
2012/C 32/26
Procestaal: Portugees
Verwijzende rechter
Tribunal Administrativo e Fiscal do Porto
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Grande Área Metropolitana do Porto (GAMP)
Verwerende partijen: Ministério da Agricultura, do Mar, do Ambiente e do Ordenamento do Território, Comissão Diretiva do Programa Operacional Potencial Humano en Ministério do Trabalho e da Solidariedade Social
Andere partijen: Sindicato dos Quadros Técnicos do Estado, Ministério da Saúde en Instituto do Desporto de Portugal (IP)
Prejudiciële vragen
1)
Moeten het gemeenschapsrecht en met name de artikelen 5 tot en met 8, 22, 32, 34, 35 en 56 van verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 (1) en de artikelen 174, 175 en 176 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aldus worden uitgelegd dat geen uitzonderingen zijn toegestaan op het beginsel inzake de geografische subsidiabiliteit van uitgaven, dat wil zeggen, in die zin dat uitgaven voor door de structuurfondsen en door het Cohesiefonds medegefinancierde acties in het kader van de operationele programma’s slechts subsidiabel zijn indien zij worden gedaan in de onder de betreffende operationele programma’s vallende NUTS II-regio’s (gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek)?
2)
In het bijzonder, moeten voornoemde bepalingen aldus worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat de nationale autoriteiten een regeling vaststellen die het, door uitzonderingen te maken op het voor uitgaven geldende territorialiteitsbeginsel, mogelijk maakt dat investeringen waarvan de plaats van uitvoering of de begunstigde instantie of onderneming zich niet bevindt in de NUTS II-regio’s die vallen onder de specifiek op de convergentiedoelstelling gerichte operationele programma’s, subsidiabel zijn in het kader van deze operationele programma’s?
3)
Of moeten het gemeenschapsrecht en met name de artikelen 5 tot en met 8, 22, 32, 34, 35 en 56 van verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 en de artikelen 174, 175 en 176 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie daarentegen aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen het bestaan van uitzonderingen op het beginsel inzake de geografische subsidiabiliteit van uitgaven, zodat de nationale autoriteiten een regeling kunnen vaststellen die het mogelijk maakt dat uitgaven voor door de structuurfondsen en door het Cohesiefonds medegefinancierde acties in het kader van de operationele programma’s ook subsidiabel zijn indien zij niet worden gedaan in de onder de betreffende operationele programma’s vallende NUTS II-regio’s, met name wanneer sprake is van uitgaven/acties met een relevant uitstralingseffect („spill-over effect”), dat wil zeggen, wanneer zij gerechtvaardigd zijn door de aard van de acties en het multiplicatoreffect ervan in andere regio’s dan die waar de investering wordt gedaan?
4)
Meer in het bijzonder, verzetten die bepalingen zich er niet tegen dat de nationale autoriteiten een regeling vaststellen die het mogelijk maakt dat, in het kader van op de convergentiedoelstelling gerichte operationele programma’s, investeringen subsidiabel zijn waarvan de plaats van uitvoering of de begunstigde instantie of onderneming zich niet bevindt in de onder deze convergentiedoelstelling vallende NUTS II-regio’s, met name wanneer sprake is van uitgaven/acties met een relevant uitstralingseffect („spill-over effect”), dat wil zeggen, wanneer zij gerechtvaardigd zijn door de aard van de acties en het multiplicatoreffect ervan in andere regio’s dan die waar de investering wordt gedaan?
(1) Verordening houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210, blz. 25).
Full & Egal Universal Law Academy