11.2.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 39/11
Hogere voorziening ingesteld op 6 december 2011 door Polyelectrolyte Producers Group en SNF SAS tegen de beschikking van het Gerecht (Zevende kamer — uitgebreid) van 21 september 2011 in zaak T-1/10, Polyelectrolyte Producers Group en SNF SAS/Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA), Europese Commissie en Koninkrijk der Nederlanden
(Zaak C-626/11 P)
2012/C 39/22
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwiranten: Polyelectrolyte Producers Group en SNF SAS (vertegenwoordigers: K. Van Maldegem en R. Cana, advocaten)
Andere partijen in de procedure: Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA), Europese Commissie en Koninkrijk der Nederlanden
Conclusies
Rekwiranten verzoeken het Hof:
—
de beschikking van het Gerecht in zaak T-1/10 te vernietigen; en
—
het besluit van het Europees Agentschap voor chemische stoffen („ECHA”), houdende identificatie, overeenkomstig artikel 59 van verordening (EG) nr. 1907/2006 (1) inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen, van acrylamide als stof die voldoet aan de criteria van artikel 57 van die verordening; of
—
subsidiair, de zaak naar het Gerecht terug te wijzen voor afdoening van het door rekwiranten ingestelde beroep tot nietigverklaring, en
—
verweerder te verwijzen in alle kosten van deze procedure (daaronder begrepen de kosten die op de procedure voor het Gerecht zijn gevallen).
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwiranten betogen dat het Gerecht het recht van de Unie heeft geschonden door hun beroep tot nietigverklaring van het besluit van ECHA houdende identificatie, overeenkomstig artikel 59 van verordening nr. 1907/2006, van acrylamide als stof die voldoet aan de criteria van artikel 57 van die verordening te verwerpen. Zij betogen inzonderheid dat het Gerecht de feiten en de op de situatie van rekwiranten toepasselijke bepalingen op een aantal punten onjuist heeft begrepen en daardoor blijk heeft gegeven van een aantal onjuiste rechtsopvattingen, inzonderheid
—
door te oordelen dat het besluit van het Comité lidstaten van ECHA om overeenkomstig artikel 59, lid 8, van verordening nr. 1907/2006 een stof als een zeer zorgwekkende stof (hierna: „ZZS”) te identificeren geen besluit is dat jegens derden rechtsgevolgen beoogt te sorteren vóór de publicatie van de met dat besluit geactualiseerde lijst van kandidaat-ZZS overeenkomstig artikel 59, lid 10, van verordening nr. 1907/2006.
Om deze redenen vorderen rekwiranten vernietiging van het arrest van het Gerecht in zaak T-1/10 en nietigverklaring van het besluit van ECHA houdende identificatie, overeenkomstig artikel 59 van verordening nr. 1907/2006, van acrylamide als stof die voldoet aan de criteria van artikel 57 van die verordening.
(1) Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy