25.2.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 58/5
Beroep ingesteld op 14 december 2011 — Europese Commissie/Italiaanse Republiek
(Zaak C-641/11)
2012/C 58/06
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: G. Rozet en L. Pignataro, gemachtigden)
Verwerende partij: Italiaanse Republiek
Conclusies
—
vaststellen dat de Italiaanse Republiek, door de handhaving van het in artikel 12 van DPR 752/1976 neergelegde selectiecriterium waarbij voorrang wordt verleend aan kandidaten die ten minste twee jaar in de provincie Bolzano hebben gewoond, de krachtens artikel 45 VWEU en artikel 3, lid 1, van verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 (1) betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
—
de Italiaanse Republiek verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Met haar beroep komt de Commissie op tegen de invoering van een selectiecriterium waarbij voorrang wordt verleend aan kandidaten die ten minste twee jaar in de provincie Bolzano (Trentino Alto Adige) hebben gewoond. Dit criterium is in strijd met de uit artikel 45 VWEU en uit artikel 3, lid 1, van verordening (EU) nr. 492/2011 voortvloeiende verplichtingen. De Commissie roept namelijk in herinnering dat volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie het in artikel 45 VWEU neergelegde beginsel van gelijke behandeling niet alleen openlijke discriminatie op grond van de nationaliteit verbiedt, maar ook alle vormen van verkapte discriminatie die door toepassing van andere onderscheidingscriteria in feite tot hetzelfde resultaat leiden (zie met name arrest van het Hof van 26 mei 1996, O’Flynn, C-237/94, Jurispr. blz. I-2617, punt 17). Dit is met name het geval bij een maatregel die een onderscheid maakt op basis van woonplaats.
In hun antwoord op het met redenen omklede advies van 6 augustus 2010 hebben de Italiaanse autoriteiten erkend dat „de in artikel 12 van DPR 752/1976 neergelegde voorwaarde betreffende de woonplaats elementen van rechtstreekse discriminatie zou kunnen inhouden en dus in strijd met artikel 45 VWEU zou kunnen zijn” en dat „om dat probleem te verhelpen, de bewoordingen van het artikel zonder meer zullen worden gewijzigd”. De Commissie heeft tot op heden echter geen informatie ontvangen betreffende de betrokken wijziging en is dus van mening dat de in artikel 12 van DPR 752/1976 neergelegde voorwaarde van woonplaats nog steeds geldt.
(1) PB L 141, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy