10.3.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 73/18
Beroep ingesteld op 22 december 2011 — Europese Commissie/Republiek Cyprus
(Zaak C-662/11)
2012/C 73/33
Procestaal: Grieks
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: E. Montaguti en G. Zavvos)
Verwerende partij: Republiek Cyprus
Conclusies
—
vaststellen dat de Republiek Cyprus, door niet vóór 1 mei 2009 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen te hebben vastgesteld die noodzakelijk zijn om te voldoen aan artikel 24 juncto bijlage VII bij de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Cyprus met betrekking tot het opheffen van de beperkingen die krachtens haar nationale regeling gelden voor het verwerven van een tweede woning door burgers van de EU/EER, en in elk geval door de betrokken bepalingen niet aan de Commissie te hebben meegedeeld, de krachtens deze Akte op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
—
de Republiek Cyprus verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De Commissie is van mening dat, gelet op artikel 24 juncto bijlage VII bij de Akte betreffende de voorwaarden voor toetreding van de Republiek Cyprus tot de Europese Unie, de Cypriotische autoriteiten ten laatste op 1 mei 2009 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen hadden moeten vaststellen die noodzakelijk zijn om de beperkingen op te heffen die krachtens haar nationale regeling gelden voor het verwerven van een tweede woning door burgers van de EU/EER. De betrokken beperkingen vormen een rechtstreekse schending van het in artikel 63 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie neergelegde vrije verkeer van kapitaal.
De Cypriotische regering heeft een wetsontwerp houdende wijziging van de geldende beperkingen meegedeeld en wijst erop dat het wetsontwerp ter goedkeuring aan de Ministerraad is voorgelegd met het oog op een zo spoedig mogelijke behandeling en een goedkeuring in het parlement.
Volgens de Commissie kan aan de uit de nationale regeling van een lidstaat voortvloeiende schending van de in het Verdrag verankerde vrijheden alleen een einde worden gemaakt door de invoering van bepalingen die dezelfde bindende kracht hebben. Bovendien kan het wetsontwerp dat als bijlage bij het antwoord van de Republiek Cyprus was gevoegd en geen bindende werking had, niet worden gelijkgesteld met een bindende handeling waarbij de geldende beperkingen voor het verwerven van een tweede woning door burgers van de EU/EER worden opgeheven.
De Commissie is van mening dat de Republiek Cyprus, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen te hebben vastgesteld die noodzakelijk zijn om de beperkingen op te heffen die krachtens haar nationale regeling gelden voor het verwerven van een tweede woning door burgers van de EU/EER, en in elk geval door de betrokken bepalingen niet aan de Commissie te hebben meegedeeld, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 24 van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Cyprus, gelezen in samenhang met bijlage VII bij deze Akte houdende overgangsmaatregelen voor Cyprus.
Full & Egal Universal Law Academy