24.3.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 89/3
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Curte de Apel Oradea (Roemenië) op 27 december 2011 — SC Scandic Distilleries SA/Direcția Generală de Administrare a Marilor Contribuabili
(Zaak C-663/11)
2012/C 89/05
Procestaal: Roemeens
Verwijzende rechter
Curtea de Apel Oradea
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: SC Scandic Distilleries SA
Verwerende partij: Direcția Generală de Administrare a Marilor Contribuabili
Prejudiciële vragen
1)
Is de weigering van de Roemeense belastingautoriteiten om een gunstig gevolg te geven aan een verzoek om teruggaaf van accijns in strijd met het Europees recht (de artikelen 7 en 22 van richtlijn 92/12/EEG alsook de overwegingen van de considerans ervan), wanneer:
a)
het bedrijf dat om teruggaaf van de accijns verzoekt, heeft bewezen dat het voldoet aan alle in de nationale wettelijke regeling gestelde technische voorwaarden voor de aanvaarding van het verzoek om teruggaaf, en met name aan de voorwaarden betreffende: (i) het bewijs dat de accijns in Roemenië is voldaan en (ii) het bewijs dat de accijnsproducten naar een andere lidstaat zijn verzonden;
b)
uit de voorschriften van de Roemeense belastingwetgeving (artikel 1926 van het belastingwetboek en punt 184 van de uitvoeringsbepalingen waarin is voorzien bij besluit nr. 44/2004 van de Roemeense regering en bijlage nr. 11 bij titel VII van het belastingwetboek) volgt dat bepaalde documenten die bij het verzoek om teruggaaf moesten worden gevoegd pas konden worden overgelegd na de levering van de accijnsproducten in een andere lidstaat;
c)
de Roemeense belastingwetgeving (artikel 184, lid 4, van de uitvoeringsbepalingen, waarin wordt verwezen naar artikel 135 van het wetboek fiscaal procesrecht) voorziet in een algemene termijn van vijf jaar voor elk verzoek om teruggaaf of terugbetaling?
2)
Moet artikel 22, lid [2], sub a, van richtlijn 92/12/EEG aldus worden uitgelegd dat een bedrijf dat in de lidstaat waarin de accijns is voldaan geen verzoek om teruggaaf van de accijns indient vóór de levering van de accijnsproducten in een andere lidstaat waar zij bestemd zijn om te worden verbruikt, geen aanspraak meer kan maken op teruggaaf van de voldane accijns?
3)
Is, bij een bevestigend antwoord op de tweede vraag, de oplossing waarbij het bedrijf geen aanspraak meer kan maken op teruggaaf van de accijns, waardoor dezelfde accijnsproducten dubbel worden belast (in de lidstaat waarin de accijnsproducten aanvankelijk tot verbruik zijn uitgeslagen en in de lidstaat waar zij bestemd zijn om te worden verbruikt), in overeenstemming met het beginsel van fiscale neutraliteit?
4)
Kan, bij een bevestigend antwoord op de tweede vraag, de uiterst korte termijn tussen de datum waarop de accijns is voldaan voor de in een lidstaat tot verbruik uitgeslagen producten en de datum van verzending van de accijnsproducten naar een andere lidstaat waar zij bestemd zijn om te worden verbruikt, worden geacht in overeenstemming te zijn met de beginselen van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid? Is het in dit verband relevant dat de algemene termijn om te verzoeken om teruggaaf of terugbetaling van een belasting, een taks of een heffing in de betrokken lidstaat beduidend langer is?
Full & Egal Universal Law Academy