Beschikking van het Hof (Vijfde kamer) van 7 december 2011 – Deutsche Bahn/BHIM
(Zaak C‑45/11 P)
„Hogere voorziening – Gemeenschapsmerk – Gemeenschapsmerkaanvraag voor horizontale combinatie van kleuren grijs en rood – Absolute weigeringsgrond – Ontbreken van onderscheidend vermogen – Verordening (EG) nr. 207/2009 – Artikel 7, lid 1, sub b”
1. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten en bewijsmateriaal – Niet-ontvankelijkheid – Toetsing door Hof van beoordeling van feiten en bewijsmateriaal – Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting (Art. 256, lid 1, VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punt 46)
2. Handelingen van de instellingen – Motivering – Verplichting – Omvang (Art. 296 VWEU) (cf. punten 57‑58)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 11 november 2010, Deutsche Bahn / BHIM (T‑404/09), waarbij het Gerecht heeft verworpen het beroep tot vernietiging van de beslissing van de eerste kamer van beroep van het BHIM van 23 juli 2009 houdende verwerping van het beroep tegen de weigering van de onderzoeker om een kleurteken bestaande in de combinatie van de kleuren grijs en rood als gemeenschapsmerk in te schrijven voor bepaalde diensten van klasse 39 – Onderscheidend vermogen van teken bestaande in kleurencombinatie
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Deutsche Bahn AG wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy