Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 29 november 2011 – Evropaïki Dynamiki/Commissie
(Zaak C‑235/11 P)
„Hogere voorziening – Artikel 119 van Reglement voor procesvoering – Overheidsopdrachten die door instellingen van Unie voor eigen rekening worden geplaatst – Aanbesteding voor IT-diensten en gebruikersondersteuning in verband met communautair systeem van verhandelbare emissierechten (CITL en CR) – Afwijzing van offerte – Motiveringsplicht – Beginsel van gelijke behandeling – Hogere voorziening kennelijk niet-ontvankelijk en kennelijk ongegrond”
1. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten – Niet-ontvankelijkheid – Toetsing door Hof van beoordeling van bewijs – Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting (Art. 256, lid 1, VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punten 21, 27)
2. Hogere voorziening – Middelen – Ontoereikende motivering – Zuiver redactionele fout – Fout die niet vernietiging van arrest kan rechtvaardigen (cf. punt 33)
3. Hogere voorziening – Middelen – Loutere herhaling van voor Gerecht aangevoerde middelen en argumenten – Ontbreken van aanwijzing van gestelde onjuiste rechtsopvatting – Niet-ontvankelijkheid (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1, eerste alinea, sub c) (cf. punten 40, 54‑55, 62)
4. Handelingen van de instellingen – Motivering – Verplichting – Omvang – Besluit tot afwijzing van offerte in kader van procedure van plaatsen van overheidsopdracht voor dienstverlening – Verplichting om op schriftelijk verzoek kenmerken en relatieve voordelen van gekozen offerte en naam van opdrachtnemer mee te delen – Verplichting voor aanbestedende dienst om nauwkeurige vergelijkende analyse van gekozen offerte en offerte van afgewezen inschrijver te verstrekken – Geen – Middel kennelijk ongegrond (Art. 256 VWEU; verordening nr. 1605/2002 van de Raad, art. 100, lid 2; verordening nr. 2342/2002 van de Commissie, art. 149, lid 3) (cf. punten 50‑52)
5. Hogere voorziening – Middelen – Middel voor het eerst aangevoerd in hogere voorziening – Niet-ontvankelijkheid (Statuut van het Hof van Justitie, art. 58) (cf. punt 61)
6. Hogere voorziening – Middelen – Ontoereikende of tegenstrijdige motivering – Omvang van motiveringsplicht – Impliciete motivering door Gerecht – Toelaatbaarheid – Voorwaarden (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 36 en 53, eerste alinea) (cf. punten 66‑67)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 3 maart 2011 in zaak T‑589/08 (Evropaïki Dynamiki/Commissie) waarbij is verworpen een beroep, strekkende enerzijds tot nietigverklaring van het besluit van de Commissie van 13 oktober 2008 tot afwijzing van rekwirantes offerte in het kader van aanbesteding ENV.C2/FRA/2008/0017 betreffende de sluiting van een raamovereenkomst voor IT-diensten en gebruikersondersteuning in verband met het communautaire systeem van verhandelbare emissierechten [communautair onafhankelijk transactielogboek (CITL) en communautair register (CR)] (PB 2008/S 72‑096229) en van het besluit tot gunning van de opdracht aan een andere inschrijver, en anderzijds tot toekenning van schadevergoeding
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Evropaïki Dynamiki – Proigmena Systimata Tilepikoinonion Pliroforikis kai Tilematikis AE wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy