Beschikking van het Hof (Eerste kamer) van 22 oktober 2012 –
Šujetová
(Zaak C-252/11)
„Prejudiciële verwijzing – Afdoening zonder beslissing”
Prejudiciële vragen – Bevoegdheid van het Hof – Zaak die bij verwijzende rechterlijke instantie zonder voorwerp is geraakt – Afdoening zonder beslissing (Art. 267 VWEU) (cf. punten 13-15)
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing – Krajský súd v Prešove (Slowakije) – Uitlegging van de artikelen 6, lid 1, en 7, lid 1, van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB L 95, blz. 29) – Nationale bepaling waarbij de uitsluitende bevoegdheid om uitspraak te doen over een verzoek om vernietiging van een arbitraal vonnis, wordt toegekend aan de rechterlijke instantie binnen wiens rechtsgebied de arbitrageprocedure is gevoerd – Nationale bepaling op grond waarvan deze rechterlijke instantie, na eventueel het arbitraal vonnis te hebben vernietigd, de procedure moet voortzetten zonder zijn territoriale bevoegdheid opnieuw te onderzoeken – Oneerlijke arbitrageovereenkomst of oneerlijk arbitragebeding
Dictum
Over het in zaak C-252/11 door de Krajský súd v Prešove (Slowakije) bij beslissing van 7 april 2011 ingediende verzoek om een prejudiciële beslissing hoeft geen uitspraak te worden gedaan.
Full & Egal Universal Law Academy