Beschikking van het Hof (Vijfde kamer) van 12 juli 2012 – Dover/Parlement
(Zaak C-278/11 P)
„Hogere voorziening – Regeling kosten en vergoedingen van leden van Europees Parlement – Controle van besteding van vergoedingen – Vergoeding voor parlementaire assistentie – Bewijs van uitgaven – Terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen”
1. Hogere voorziening – Middelen – Loutere herhaling van voor Gerecht aangevoerde middelen en argumenten – Ontbreken van aanwijzing van gestelde onjuiste rechtsopvatting – Kennelijke niet-ontvankelijkheid (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1, sub c) (cf. punten 23-28, 48, 56)
2. Handelingen van de instellingen – Motivering – Verplichting – Omvang – Middel inzake ontbrekende of ontoereikende motivering – Middel inzake onjuiste motivering – Onderscheid – Onderscheid (Art. 296 VWEU) (cf. punt 36)
Voorwerp
Hogere voorziening ingesteld tegen het arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 24 maart 2011, Dover/Europees Parlement (T-149/09) houdende gedeeltelijke nietigverklaring van het besluit van de secretaris-generaal van het Europees Parlement van 29 januari 2009 tot terugvordering van bepaalde bedragen die aan rekwirant ten onrechte als parlementaire vergoeding zijn betaald
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Densmore Ronald Dover wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy