Beschikking van het Hof (Vijfde kamer) van 26 april 2012 — Deichmann/BHIM
(Zaak C‑307/11 P)
„Hogere voorziening — Gemeenschapsmerk — Verordening (EG) nr. 40/94 — Artikel 7, lid 1, sub b — Absolute weigeringsgrond — Geen onderscheidend vermogen — Beeldteken dat chevron omboord met stippellijnen weergeeft”
1. Gemeenschapsmerk — Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk — Absolute weigeringsgronden — Overlapping van respectieve werkingssfeer van in artikel 7, lid 1, sub b en c, van verordening nr. 40/94 genoemde gronden (Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 7, lid 1, sub b en c)
(cf. punten 46‑48)
2. Hogere voorziening — Middelen — Onjuiste beoordeling van feiten en bewijsmateriaal — Niet-ontvankelijkheid — Toetsing door Hof van beoordeling van feiten en bewijsmateriaal — Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting (Art. 256, lid 1, VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punt 58)
3. Hogere voorziening — Middelen — Middel voor het eerst aangevoerd in hogere voorziening — Niet-ontvankelijkheid (cf. punt 65)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht (Zevende kamer) van 13 april 2011, Deichmann SE/BHIM (T‑202/09), houdende verwerping van het beroep tot vernietiging van de beslissing van de vierde kamer van beroep van het BHIM van 3 april 2009 tot verwerping van het beroep tegen de weigering van de onderzoeker om het beeldteken dat een chevron omboord met stippellijnen weergeeft, als gemeenschapsmerk in te schrijven voor bepaalde waren van de klassen 10 en 25 — Onderscheidend vermogen van het merk
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Deichmann SE wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy