Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 22 maart 2012 — Emram/BHIM
(Zaak C‑354/11 P)
„Hogere voorziening — Artikel 119 van Reglement voor procesvoering — Gemeenschapsmerk — Verordening (EG) nr. 40/94 — Artikel 8, lid 1, sub b — Aanvraag om inschrijving van beeldmerk G — Oudere beeldmerken G — Oppositie door houder — Mate van overeenstemming — Verwarringsgevaar”
1. Gemeenschapsmerk — Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk — Relatieve weigeringsgronden — Oppositie door houder van gelijk of overeenstemmend ouder merk dat is ingeschreven voor zelfde of soortgelijke waren of diensten — Gevaar voor verwarring met ouder merk — Zwak onderscheidend vermogen van ouder merk — Invloed (Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 8, lid 1, sub b) (cf. punt 44)
2. Hogere voorziening — Middelen — Onjuiste beoordeling van feiten en bewijsmateriaal — Niet-ontvankelijkheid — Toetsing door Hof van beoordeling van feiten en bewijsmateriaal — Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting (Art. 256, lid 1, VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punt 48)
3. Gemeenschapsmerk — Beslissingen van Bureau — Wettigheid — Onderzoek door gemeenschapsrechter — Criteria (Verordening nr. 40/94 van de Raad) (cf. punt 92)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 10 mei 2011, Emram/BHIM (T‑187/10), houdende verwerping van het beroep tegen de beslissing van de eerste kamer van beroep van het BHIM van 11 februari 2010 (zaak R 1281/2008‑1) inzake een oppositieprocedure tussen Guccio Gucci SpA en M. Emram — Artikel 8, lid 1, sub b, van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het gemeenschapsmerk (PB L 78, blz. 1) — Aanvraag voor gemeenschapsbeeldmerk G — Verwarringsgevaar — Onjuiste opvatting van het bewijs — Onjuiste beoordeling van het onderscheidend vermogen — Schending van het gelijkheidsbeginsel
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
M. Emram wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy