Beschikking van het Hof (Vijfde kamer) van 15 december 2011 – Altner/Commissie
(Zaak C‑411/11 P)
„Hogere voorziening – Beroep tot nietigverklaring – Weigering van Commissie om niet-nakomingsprocedure in te leiden – Beroep wegens nalaten – Kennelijke niet-ontvankelijkheid – Recht op onpartijdig gerecht”
1. Beroep tot nietigverklaring – Handelingen waartegen beroep kan worden ingesteld – Weigering van Commissie om niet-nakomingsprocedure in te leiden – Daarvan uitgesloten (Art. 258 VWEU) (cf. punt 8)
2. Recht van Unie – Beginselen – Grondrechten – Eerbiediging verzekerd door Hof – Inaanmerkingneming van Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens – Recht op eerlijk proces – Draagwijdte (Art. 6, lid 3, VEU) (cf. punten 13‑15)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen de beschikking van het Gerecht (Vierde kamer) van 6 juli 2011, Altner/Commissie (T‑190/11), waarbij het Gerecht wegens kennelijke niet-ontvankelijk heeft verworpen het door rekwirant ingestelde beroep strekkende tot enerzijds nietigverklaring van het besluit van de Commissie van 25 november 2010 tot terzijdelegging van de klacht van rekwirant dat het recht van de Unie was geschonden door de Tsjechische wettelijke regeling betreffende de rechterlijke bescherming van het stemrecht, en anderzijds vaststelling van een nalaten, namelijk de onrechtmatigheid van de uit dat besluit voortvloeiende weigering om te handelen – Schending van het recht op een eerlijk proces door het gebrek aan onpartijdigheid van de president van de rechtsprekende formatie
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Z. Altner draagt zijn eigen kosten.
Full & Egal Universal Law Academy