Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 1 maart 2012 — Smanor/Commissie en Ombudsman
(Zaak C‑474/11 P)
„Hogere voorziening — Artikel 119 van Reglement voor procesvoering — Verbod op in handel brengen van diepgevroren yoghurt — Niet-nakoming door lidstaat — Weigering van Commissie om niet-nakomingsprocedure in te leiden — Beroep tot schadevergoeding — Kennelijke niet-ontvankelijkheid”
Hogere voorziening — Middelen — Ontbreken van aanwijzing van gestelde onjuiste rechtsopvatting — Kennelijke niet-ontvankelijkheid (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1, sub c, en 119) (cf. punten 9‑12)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen de beschikking van het Gerecht (Vijfde kamer) van 15 juli 2011 — Smanor/Commissie en Ombudsman (T‑185/11), waarbij het Gerecht kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard het beroep van rekwirante strekkende, enerzijds, tot vaststelling dat de Commissie ten onrechte heeft nagelaten een niet-nakomingsprocedure in te leiden tegen de Franse Republiek en, anderzijds, tot vergoeding van de door rekwirante geleden schade
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Smanor SA draagt haar eigen kosten.
Full & Egal Universal Law Academy