Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 14 mei 2012 —
Sepracor Pharmaceuticals/Commissie
(Zaak C‑477/11 P)
„Hogere voorziening — Verordening (EG) nr. 726/2004 — Geneesmiddelen voor menselijk gebruik — Werkzame stof ,eszopiclone’ — Vergunning voor in handel brengen — Procedure — Standpuntbepaling van Commissie — Hoedanigheid van ,nieuwe werkzame stof’ — Begrip ‚voor beroep vatbare handeling’”
Beroep tot nietigverklaring — Handelingen waartegen beroep kan worden ingesteld — Begrip — Handelingen die bindende rechtsgevolgen sorteren — Brief waarin Commissie haar standpunt uiteenzet over gevolg dat dient te worden gegeven aan advies van Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik van Europees Geneesmiddelenbureau — Daarvan uitgesloten (Art. 263 VWEU; verordening nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad, art. 10, lid 2) (cf. punten 51‑58, 60‑61)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen de beschikking van het Gerecht (Vierde kamer) van 4 juli 2011, Sepracor Pharmaceuticals/Commissie (T‑275/09), houdende niet-ontvankelijkverklaring van een beroep tot nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 6 mei 2009 waarin deze in het kader van de procedure voor een vergunning voor het in de handel brengen van het door verzoekster vervaardigde geneesmiddel „Lunivia” tot de slotsom komt dat de daarin aanwezige werkzame stof „eszopiclone” geen nieuw werkzame stof in de zin van artikel 3, lid 2, sub a, van verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 136, blz. 1) is — Begrip voor beroep vatbare handeling
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Sepracor Pharmaceuticals (Ireland) Ltd wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy