20.4.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 127/18
Arrest van het Gerecht van 4 maart 2015 — Verenigd Koninkrijk/ECB
(Zaak T-496/11) (1)
((„Economisch en monetair beleid - ECB - Beroep tot nietigverklaring - Toezichtkader van het Eurosysteem - Voor beroep vatbare handeling - Ontvankelijkheid - Toezicht op betalings- en effectenafwikkelingssystemen - Vereiste dat verrekeningssystemen met een centrale tegenpartij gevestigd zijn in een lidstaat van de eurozone - Bevoegdheid van de ECB”))
(2015/C 127/24)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (vertegenwoordigers: aanvankelijk S. Ossowski, S. Behzadi-Spencer en E. Jenkinson, vervolgens Behzadi-Spencer en Jenkinson en ten slotte V. Kaye, gemachtigden, bijgestaan door K. Beal, QC, en P. Saini, QC)
Verwerende partij: Europese Centrale Bank (ECB) (vertegenwoordigers: aanvankelijk A. Sáinz de Vicuña Barroso en K. Laurinavičius, vervolgens Sáinz de Vicuña Barroso en P. Papapaschalis en ten slotte Papapaschalis en P. Senkovic, gemachtigden, bijgestaan door R. Subiotto, QC, F.-C. Laprévote, advocaat, en P. Stuart, barrister)
Interveniënt aan de zijde van de verzoekende partij: Koninkrijk Zweden (vertegenwoordigers: A. Falk, C. Meyer-Seitz, C. Stege, S. Johannesson, U. Persson en H. Karlsson, gemachtigden)
Interveniënten aan de zijde van de verwerende partij: Koninkrijk Spanje (vertegenwoordiger: A. Rubio González, abogado del Estado) en Franse Republiek (vertegenwoordigers: G. de Bergues, D. Colas en E. Ranaivoson, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek tot nietigverklaring van het op 5 juli 2011 door de ECB bekendgemaakte toezichtkader van het Eurosysteem, voor zover het een locatievereiste vaststelt voor centrale tegenpartijen die zijn gevestigd in lidstaten die niet tot de eurozone behoren
Dictum
1)
Het toezichtkader van het Eurosysteem, dat op 5 juli 2011 door de Europese Centrale Bank (ECB) is bekendgemaakt, wordt nietig verklaard voor zover de centrale tegenpartijen die betrokken zijn bij de vereffening van effecten, gevestigd moeten zijn in een lidstaat van de eurozone.
2)
De ECB draagt haar eigen kosten alsook die van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.
3)
Het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek en het Koninkrijk Zweden dragen hun eigen kosten.
(1) PB C 340 van 19.11.2011.
Full & Egal Universal Law Academy