5.3.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 72/24
Beroep ingesteld op 7 januari 2011 — Bank Kargoshaei e.a./Raad
(Zaak T-8/11)
2011/C 72/41
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Bank Kargoshaei, Bank Melli Iran Investment Company, Bank Melli Iran Printing and Publishing Company, Cement Investment & Development Co., Mazandaran Cement Company, Melli Agrochemical Company, Shomal Cement Co., (Teheran, Iran) (vertegenwoordigers: L. Defalque en S. Woog, advocaten)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
Punt 5 van [hoofdstuk I], afdeling B, van de bijlage bij besluit 2010/644/GBVB van de Raad van 25 oktober 2010 tot wijziging van besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Iran en tot intrekking van gemeenschappelijk standpunt 2007/140/GBVB (1) en punt 5 van afdeling B van verordening (EU) nr. 961/2010 van de Raad van 25 oktober 2010 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran en tot intrekking van verordening (EG) nr. 423/2007 (2) nietig verklaren en ook het in de brief van de Raad van 28 oktober 2010 vervatte besluit nietig verklaren;
—
artikel 20, lid 1, sub b, van besluit 2010/413/GBVB van de Raad van 26 juli 2010 (3) en artikel 16, lid 2, sub a, van verordening (EU) nr. 961/2010 van de Raad onwettig en niet-toepasselijk op verzoekster verklaren;
—
de Raad verwijzen in de kosten van verzoeksters voor onderhavige procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoeksters’ middelen komen overeen met die van verzoekster in zaak T-7/11, Bank Melli Iran/Raad.
(1) PB L 281, blz. 81.
(2) PB L 281, blz. 1.
(3) Besluit 2010/413/GBVB van de Raad van 26 juli 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen Iran en tot intrekking van gemeenschappelijk standpunt 2007/140/GBVB (PB L 195, blz. 39).
Full & Egal Universal Law Academy