24.9.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 282/45
Beroep ingesteld op 3 augustus 2011 — Helleense Republiek/Europese Commissie
(Zaak T-425/11)
2011/C 282/83
Procestaal: Grieks
Partijen
Verzoekende partij: Helleense Republiek (vertegenwoordigers: P. Mylonopoulos en K. Boskovits)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
de bestreden beschikking nietig verklaren;
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Met het onderhavige beroep vordert verzoekster de nietigverklaring van beschikking C(2011) 3504 def. van de Commissie van 24 mei 2011 betreffende staatssteun aan bepaalde Griekse casino’s, nr. C 16/2010 (ex NN 22/2010, ex CP 318/2009).
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster de volgende middelen aan.
1)
Eerste middel, ontleend aan een onjuiste uitlegging van artikel 107, lid 1, VWEU met betrekking tot het begrip staatssteun
Verzoekster stelt meer bepaald dat verweerster er ten onrechte van uit is gegaan dat een goedkoper tarief voor een toegangsbewijs voor bepaalde casino’s hen een voordeel heeft opgeleverd met verminderde inkomsten voor de staat. Ook bevinden de vermeende begunstigden van de steun zich niet in een vergelijkbare feitelijke en juridische situatie als de overige casino’s die in Griekenland actief zijn, is het intracommunautaire handelsverkeer niet ongunstig beïnvloed en is de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt niet vervalst.
2)
Tweede middel, ontleend aan een inadequate, gebrekkige en tegenstrijdige redenering bij de vaststelling dat sprake is van staatssteun
Verzoekster merkt in het bijzonder op dat de redenering tegenstrijdig is, omdat daarin wordt aanvaard dat een goedkopere ticketprijs meer bezoekers aan de betrokken casino’s aantrekt, terwijl daarin tegelijkertijd wordt betwist dat de inkomsten van de staat toenemen vanwege het hogere bezoekersaantal. De redenering is ook gebrekkig ten aanzien van het bewijs dat sprake is van een voordeel en dat het intracommunautaire handelsverkeer wordt beïnvloed en zij is duidelijk onjuist wat het bewijs van de selectieve aard van de maatregel betreft.
3)
Derde middel, ontleend aan schending van artikel 14 van verordening (EG) nr. 659/1999 (1)
Verzoekster stelt meer bepaald dat de steun niet wordt gevorderd van de eigenlijke begunstigden van de steun, namelijk de klanten van de casino’s die een lagere ticketprijs in rekening brengen. Terugvordering is ook in strijd met het beginsel van de bescherming van gewettigd vertrouwen, gezien de eerdere rechtspraak van de Griekse raad van state en het gedrag van verweerster, en met het evenredigheidsbeginsel, omdat zij een onevenredige en ongerechtvaardigde last legt op de vermeende steunontvangers en de concurrentiepositie verstevigt van de casino’s die een ticketprijs van 12 EUR vragen.
4)
Vierde middel, ontleend aan een onjuiste berekening van de terug te vorderen bedragen door verweerster
Verzoekster betoogt dat verweerster het vermeende voordeel voor de begunstigden van de steun niet precies heeft kunnen berekenen en dat zij geen rekening houdt met het effect dat het in rekening brengen van een lagere ticketprijs op de vraag heeft gehad of had kunnen hebben.
(1) Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag (PB L 83 van 27.3.1999).
Full & Egal Universal Law Academy