24.9.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 282/46
Beroep ingesteld op 4 augustus 2011 — Banco Bilbao Vizcaya Argentaria/Commissie
(Zaak T-429/11)
2011/C 282/85
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: Banco Bilbao Vizcaya Argentaria, SA (Bilbao, Spanje) (vertegenwoordigers: J. Ruiz Calzado, advocaat, M. Núñez-Müller, advocaat, en J. Domínguez Pérez, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
Verzoekster concludeert dat het het Gerecht behage:
—
artikel 1, lid 1, van het besluit nietig te verklaren;
—
subsidiair, artikel 1, leden 4 en 5, van het besluit gedeeltelijk nietig te verklaren;
—
subsidiair, artikel 4 van het besluit nietig te verklaren of, in voorkomend geval, de werkingssfeer ervan te wijzigen, en
—
de Commissie te verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Het onderhavige beroep is gericht tegen artikel 1, lid 1, van het besluit van de Commissie van 12 januari 2011 inzake de fiscale afschrijving van financiële goodwill voor de verwerving van deelnemingen in buitenlandse ondernemingen C 45/07 (ex NN 51/07, ex CP 9/07) die door Spanje is toegepast (hierna: „besluit”).
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster zeven middelen aan.
1)
Schending van de artikelen 107 VWEU en 108 VWEU, door te oordelen dat artikel 12, lid 5, van de Texto Refundido de la Ley del Impuesto sobre Sociedades (TRLIS) (gecodificeerde versie van de Spaanse wet op de vennootschapsbelasting) staatssteun vormt, doordat het een fiscale afschrijving van financiële goodwill voor de verwerving van deelnemingen in vennootschappen buiten de Gemeenschap mogelijk maakt.
2)
Onjuiste rechtsopvatting en schending van de procedure, door te oordelen dat het, om tot de conclusie te komen dat een maatregel staatssteun is die volledig verboden moet worden, voldoende is dat de tenuitvoerlegging ervan tot bepaalde situaties leidt die als steun worden aangemerkt.
3)
Schending van het evenredigheidsbeginsel, doordat in het besluit wordt geconcludeerd dat: i) de maatregel in zijn geheel onrechtmatige steun is, ook met betrekking tot landen als China of India en in andere landen waar het bestaan van expliciete juridische hinderpalen voor grensoverschrijdende bedrijfscombinaties is vastgesteld of kan worden vastgesteld, en dat ii) de maatregel in zijn geheel onverenigbare staatssteun is, ook doordat die de bevoegdheid geeft om financiële goodwill met betrekking tot verwervingen van meerderheidsdeelnemingen in buitenlandse ondernemingen buiten de Europese Unie af te trekken.
4)
Schending van de beginselen van het gewettigd vertrouwen en van gelijke behandeling, doordat de Commissie is afgeweken van de richtsnoeren van de mededeling betreffende directe belastingen en van haar administratieve praktijk.
5)
Schending van het beginsel van behoorlijk bestuur, doordat de Commissie niet de precieze omvang van de praktische belemmeringen van de extracommunautaire handelsfusie is nagegaan.
6)
Onjuiste rechtsopvatting en beoordelingsfout met betrekking tot de omvang van het in het besluit erkende gewettigd vertrouwen.
7)
Ontoereikende motivering van het besluit.
Full & Egal Universal Law Academy