1.10.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 290/19
Hogere voorziening ingesteld op 11 augustus 2011 door de Europese Politiedienst (Europol) tegen het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 26 mei 2011 in zaak F-83/09, Kalmár/Europol
(Zaak T-455/11 P)
2011/C 290/27
Procestaal: Nederlands
Partijen
Rekwirerende partij: Europese Politiedienst (Europol) (vertegenwoordigers: D. Neumann, D. El Khoury en J. Arnould, gemachtigden, bijgestaan door D. Waelbroeck en E. Antypas, advocaten)
Andere partij in de procedure: Andreas Kalmár (Den Haag, Nederland)
Conclusies
De rekwirerende partij verzoekt het Gerecht:
—
het bestreden arrest te vernietigen en uitspraak te doen over de zaak ten gronde, voor zover het Gerecht voor ambtenarenzaken
a)
het besluit van Europol van 4 februari 2009 waarbij de Directeur van Europol de overeenkomst voor bepaalde tijd van Dhr. Kalmár heeft opgezegd, het besluit van 24 februari 2009 waarbij de Directeur van Europol de betrokkene heeft ontslagen van de verplichting om de opzeggingstermijn te voltooien, en het besluit van 18 juli 2009 tot afwijzing van zijn klacht nietig heeft verklaard;
b)
Europol heeft veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van 5 000 EUR aan Dhr. Kalmár; en
c)
Europol heeft veroordeeld tot het dragen van alle kosten;
—
de verweerder te verwijzen in alle kosten van de procedure in eerste instantie en de door hem gemaakte kosten in hogere voorziening.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van de hogere voorziening voert de rekwirerende partij zes middelen aan.
1)
Eerste middel, ontleend aan een schending van het verbod om ultra petita te beslissen en een schending van de rechten van verdediging. Het Gerecht voor ambtenarenzaken heeft volgens rekwirerende partij een toetsing uitgevoerd op basis van andere grieven dan aangevoerd door verweerder.
2)
Tweede middel, ontleend aan een onjuiste rechtsopvatting bij de beoordeling van de wettigheid van de betwiste besluiten. Het Gerecht voor ambtenarenzaken zou met name de zorgplicht en de motiveringsplicht verkeerd hebben toegepast.
3)
Derde middel, ontleend aan de onjuiste rechtsopvatting van het Gerecht voor ambtenarenzaken aangaande het voorwerp van de vordering tot nietigverklaring. Het Gerecht voor ambtenarenzaken had volgens rekwirerende partij het besluit van 18 juli 2009 moeten kwalificeren als een bezwarend besluit dat eveneens onderworpen is aan de controle van de rechter.
4)
Vierde middel, ontleend aan de talrijke fouten in het oordeel van het Gerecht voor ambtenarenzaken dat Europol „niet” of „niet zorgvuldig” rekening heeft gehouden met bepaalde „relevante en niet te verwaarlozen feitelijk elementen” bij het nemen van het ontslagbesluit.
5)
Vijfde middel, ontleend aan de ontoereikende motivering van het bestreden arrest.
6)
Zesde middel, ontleend aan de foutieve toekenning van de schadevergoeding.
Full & Egal Universal Law Academy