23.11.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 344/19
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 19 september 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de lo Social nr. 1 de Lleida — Spanje) — Betriu Montull, Marc/Instituto Nacional de la Seguridad Social (INSS)
(Zaak C-5/12) (1)
(Sociale politiek - Richtlijn 92/85/EEG - Bescherming van veiligheid en gezondheid op werk van werkneemsters tijdens zwangerschap, na bevalling en tijdens lactatie - Artikel 8 - Zwangerschapsverlof - Richtlijn 76/207/EEG - Gelijke behandeling van mannelijke en vrouwelijke werknemers - Artikel 2, leden 1 en 3 - Recht op verlof voor in loondienst werkzame moeders na geboorte van kind - Opneembaar door in loondienst werkzame moeder of in loondienst werkzame vader - Niet in loondienst werkende moeder die niet bij wettelijk socialezekerheidsstelsel is aangesloten - In loondienst werkzame vader uitgesloten van recht op verlof - Biologische vader en adoptiefvader - Beginsel van gelijke behandeling)
2013/C 344/31
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de lo Social nr. 1 de Lleida
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Betriu Montull, Marc
Verwerende partij: Instituto Nacional de la Seguridad Social (INSS)
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Juzgado de lo Social de Lleida — Uitlegging van richtlijn 76/207/EEG van de Raad van 9 februari 1976 betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden (PB L 39, blz. 40) en van richtlijn 96/34/EG van de Raad van 3 juni 1996 betreffende de door de UNICE, het CEEP en het EVV gesloten raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof (PB L 145, blz. 4) — Nationale regeling volgens welke de moeder recht heeft op moederschapsverlof van zes weken na de bevalling — Recht van de in loondienst werkzame vader op verlof — Voorwaarden — Nationale regeling volgens welke in loondienst werkzame vaders in geval van adoptie, doch niet biologische vaders, het recht hebben hun arbeidsovereenkomst met behoud van hun arbeidsplaats en een vergoeding ten laste van de sociale zekerheid te onderbreken — Schending van het beginsel van gelijke behandeling
Dictum
Richtlijn 92/85/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie (tiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van richtlijn 89/391/EEG) en richtlijn 76/207/EEG van de Raad betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale maatregel zoals die in het hoofdgeding, die bepaalt dat de vader van een kind die het statuut van werknemer heeft met instemming van de moeder, die eveneens het statuut van werknemer heeft, recht heeft op moederschapsverlof in de periode aaneensluitend op de periode van zes weken verplicht verlof van de moeder na de bevalling, behoudens de gevallen waarin er sprake is van gevaar voor de gezondheid van de moeder, terwijl de vader van een kind die het statuut van werknemer heeft geen recht heeft op een dergelijk verlof wanneer de moeder van zijn kind niet het statuut van werknemer heeft en niet onder een wettelijk socialezekerheidsstelsel valt.
(1) PB C 98 van 31.3.2012.
Full & Egal Universal Law Academy