22.2.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 52/6
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 19 december 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Rechtbank van koophandel te Verviers — België) — Corman-Collins SA/La Maison du Whisky SA
(Zaak C-9/12) (1)
(Rechterlijke bevoegdheid in burgerlijke en handelszaken - Verordening (EG) nr. 44/2001 - Artikel 2 - Artikel 5, punt 1, sub a en b - Bijzondere bevoegdheid ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst - Begrippen „koop en verkoop van roerende lichamelijke zaken” en „verstrekking van diensten” - Concessieovereenkomst voor verkoop van roerende lichamelijke zaken)
2014/C 52/09
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Rechtbank van koophandel te Verviers
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Corman-Collins SA
Verwerende partij: La Maison du Whisky SA
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Rechtbank van koophandel te Verviers — Uitlegging van de artikelen 2 en 5, punt 1, sub a en b, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB 2001, L 12, blz. 1) — Exclusieve concessieovereenkomst voor de verkoop van goederen tussen een in Frankrijk gevestigde concessiegever en een in België gevestigde concessienemer — Toelaatbaarheid van een nationale regeling die voorziet in de bevoegdheid van de rechtbanken van de concessienemer, ongeacht de plaats van vestiging van de concessiegever
Dictum
1)
Artikel 2 van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, moet aldus worden uitgelegd dat het zich ertegen verzet dat een nationale bevoegdheidsregel zoals die van artikel 4 van de Belgische wet van 27 juli 1961 betreffende eenzijdige beëindiging van de voor onbepaalde tijd verleende concessies van alleenverkoop, zoals gewijzigd bij de wet van 13 april 1971 betreffende eenzijdige beëindiging van de verkoopconcessies, wordt toegepast wanneer de verweerder woonplaats heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat van de aangezochte rechter.
2)
Artikel 5, punt 1, sub b, van verordening nr. 44/2001 moet aldus worden uitgelegd dat de in het tweede streepje van die bepaling neergelegde bevoegdheidsregel voor geschillen over overeenkomsten tot verstrekking van diensten van toepassing is op een vordering in rechte waarmee een in een lidstaat gevestigde verzoeker zich ten aanzien van een in een andere lidstaat gevestigde verweerder beroept op rechten uit een concessieovereenkomst, voor zover de overeenkomst tussen de partijen bijzondere bepalingen bevat inzake de distributie door de concessiehouder van de door de concessiegever verkochte goederen. Het staat aan de nationale rechter om na te gaan of dit in de bij hem aanhangige zaak het geval is.
(1) PB C 73 van 10.3.2012.
Full & Egal Universal Law Academy