20.4.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 114/18
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 21 februari 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Nejvyšší správní soud — Tsjechische Republiek) — Město Žamberk/Finanční ředitelství v Hradci Králové, thans Odvolací finanční ředitelství
(Zaak C-18/12) (1)
(Fiscale bepalingen - Btw - Richtlijn 2006/112/EG - Artikel 132, lid 1, sub m - Vrijstelling - Diensten die nauw samenhangen met beoefening van sport of met lichamelijke opvoeding - Beoefening van sportactiviteiten die niet plaatsvindt in georganiseerd verband en evenmin op regelmatige basis - Gemeentelijk aquapark)
2013/C 114/25
Procestaal: Tsjechisch
Verwijzende rechter
Nejvyšší správní soud
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Město Žamberk
Verwerende partij: Finanční ředitelství v Hradci Králové, thans Odvolací finanční ředitelství
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Nejvyšší správní soud — Uitlegging van artikel 132, lid 1, sub m, van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1) — Vrijstellingen — Diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport of met lichamelijke opvoeding — Beoefening van recreatieve sportactiviteiten die occasioneel en op onregelmatige basis plaatsvindt in een door de gemeente beheerd zwembadcomplex (een aquapark) dat uitgerust is met toestellen voor deze activiteiten
Dictum
1)
Artikel 132, lid 1, sub m, van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, moet aldus worden uitgelegd dat sportactiviteiten die noch in georganiseerd verband, noch op regelmatige basis worden beoefend en die niet tot doel hebben aan sportcompetities deel te nemen, als de beoefening van sport in de zin van deze bepaling kunnen worden aangemerkt.
2)
Artikel 132, lid 1, sub m, van richtlijn 2006/112 moet aldus worden uitgelegd dat de toegang tot een aquapark waarvan de installaties door de bezoekers niet alleen kunnen worden gebruikt voor de beoefening van sportactiviteiten, maar ook voor andere soorten van recreatie of ontspanning, een dienst kan zijn die nauw samenhangt met de beoefening van sport. Het staat aan de verwijzende rechter om aan de hand van de door het Hof van Justitie van de Europese Unie in het onderhavige arrest verstrekte uitleggingsgegevens en rekening houdend met de bijzondere omstandigheden van het hoofdgeding te bepalen of dit in deze zaak het geval is.
(1) PB C 98 van 31.3.2012.
Full & Egal Universal Law Academy