11.1.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 9/6
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 7 november 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesverwaltungsgericht — Duitsland) — Gemeinde Altrip, Gebrüder Hört GbR, Willi Schneider/Land Rheinland-Pfalz
(Zaak C-72/12) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Milieu - Richtlijn 85/337/EEG - Milieueffectbeoordeling - Verdrag van Aarhus - Richtlijn 2003/35/EG - Recht om in beroep te gaan tegen vergunningsbesluit - Toepassing ratione temporis - Vergunningsprocedure die is ingeleid vóór verstrijken van termijn voor omzetting van richtlijn 2003/35/EG - Besluit dat na verstrijkingsdatum is vastgesteld - Voorwaarden voor ontvankelijkheid van beroep - Inbreuk op een recht - Aard van procedurefout die kan worden aangevoerd - Omvang van toetsing)
2014/C 9/08
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesverwaltungsgericht
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Gemeinde Altrip, Gebrüder Hört GbR, Willi Schneider
Verwerende partij: Land Rheinland-Pfalz
In tegenwoordigheid van: Vertreter des Bundesinteresses beim Bundesverwaltungsgericht
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Bundesverwaltungsgericht Leipzig — Uitlegging van artikel 6 van richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de richtlijnen 85/337/EEG en 96/61/EG van de Raad (PB L 156, blz. 17), en van artikel 10 bis van richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 175, blz. 40), zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/35/EG — Aanleg van gebieden voor hoogwaterberging — Recht van beroep tegen vergunningsbesluit — Toepassing in de tijd — Situatie waarin de vergunningsprocedure vóór het verstrijken van de omzettingstermijn van richtlijn 2003/35/EG was ingeleid, maar waarin het besluit pas na deze datum werd genomen
Dictum
1)
Voor zover richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van richtlijnen 85/337/EEG en 96/61/EG van de Raad, waarbij artikel 10 bis in richtlijn 85/337 van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten is ingevoegd, bepaalt dat zij uiterlijk op 25 juni 2005 moest zijn omgezet, moet zij aldus worden uitgelegd dat de ter omzetting van dat artikel vastgestelde voorschriften van nationaal recht ook moeten gelden voor vergunningsprocedures die vóór 25 juni 2005 zijn ingeleid, maar waarbij de vergunning na deze datum is afgegeven.
2)
Artikel 10 bis van richtlijn 85/337, zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/35, moet aldus worden uitgelegd dat het eraan in de weg staat dat de lidstaten de toepasselijkheid van de bepalingen ter omzetting van dat artikel beperken tot het geval waarin de rechtmatigheid van een besluit wordt aangevochten op grond dat geen milieueffectbeoordeling is verricht, zonder erin te voorzien dat die bepalingen ook gelden wanneer een dergelijke beoordeling wel is verricht maar gebreken vertoont.
3)
Artikel 10 bis, sub b, van richtlijn 85/337, zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/35, moet aldus worden uitgelegd dat het niet in de weg staat aan nationale rechtspraak volgens welke er geen sprake is van een inbreuk op een recht in de zin van dat artikel wanneer vaststaat dat het, gelet op de omstandigheden van het geval, denkbaar is dat het aangevochten besluit zonder de door verzoeker aangevoerde procedurefout niet anders had geluid. Dit is echter alleen het geval wanneer de rechterlijke instantie of het orgaan waarbij het beroep is ingesteld, de bewijslast dienaangaande niet naar de verzoeker verlegt, maar uitspraak doet op basis van, in voorkomend geval, het door de opdrachtgever of de bevoegde autoriteiten verstrekte bewijsmateriaal en meer algemeen op basis van alle stukken in het overgelegde dossier. Daarbij moet met name rekening worden gehouden met de ernst van de aangevoerde fout en dient in het bijzonder te worden nagegaan of het betrokken publiek ten gevolge van deze fout niet een van de waarborgen is ontnomen die in het leven zijn geroepen om het overeenkomstig de doelstellingen van richtlijn 85/337 toegang tot de informatie te verlenen en inspraak bij het besluitvormingsproces te geven.
(1) PB C 133 van 5.5.2012.
Full & Egal Universal Law Academy