3.8.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 225/28
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 27 juni 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Administrativen sad Sofia-grad — Bulgarije) — ET Agrokonsulting-04-Velko Stoyanov/Izpalnitelen direktor na Darzhaven fond Zemedelie Razplashtatelna agentsia
(Zaak C-93/12) (1)
(Landbouw - Procedurele autonomie van lidstaten - Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Steun - Beslechting van bestuursrechtelijke geschillen - Bepaling van bevoegd gerecht - Nationaal criterium - Bestuursrechtbank binnen rechtsgebied waarvan overheidsinstantie die bestreden handeling heeft verricht, is gevestigd - Gelijkwaardigheidsbeginsel - Doeltreffendheidsbeginsel - Artikel 47 van Handvest van de grondrechten van de Europese Unie)
2013/C 225/45
Procestaal: Bulgaars
Verwijzende rechter
Administrativen sad Sofia-grad
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: ET Agrokonsulting-04-Velko Stoyanov
Verwerende partij: Izpalnitelen direktor na Darzhaven fond Zemedelie Razplashtatelna agentsia
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Administrativen sad Sofia-grad — Uitlegging van het doeltreffendheidsbeginsel en het in artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie neergelegde recht op een doeltreffende voorziening in rechte, alsook van het gelijkwaardigheidsbeginsel — Steunregeling van het gemeenschappelijk landbouwbeleid — Nationale procedureregel die bepaalt dat bestuurszaken in verband met de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk landbouwbeleid vallen onder de uitsluitende bevoegdheid van de bestuursrechtbank van het rechtsgebied waar de administratieve instantie die de bestuurshandeling heeft verricht, is gevestigd, maar die ook bepaalt dat soortgelijke internrechtelijke geschillen daarentegen vallen onder de bevoegdheid van de rechtbank van het rechtsgebied waar de betrokken landbouwgrond is gelegen
Dictum
Het Unierecht, in het bijzonder de beginselen van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid alsook artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, staat niet in de weg aan een nationale regel van rechterlijke bevoegdheid, zoals deze van artikel 133, lid 1, van de Administrativnoprotsesualen kodeks (wetboek bestuursprocesrecht), die tot gevolg heeft dat alle geschillen betreffende de beslissingen van een nationale instantie die belast is met de betaling van landbouwsteun in het kader van de uitvoering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Europese Unie, worden toegewezen aan één enkele rechterlijke instantie, voor zover de voorwaarden voor vorderingen die worden ingediend ter bescherming van de rechten die de justitiabelen aan het recht van de Unie ontlenen, niet ongunstiger zijn dan die welke gelden voor vorderingen ter bescherming van de rechten die worden ontleend aan eventuele in het nationale recht vastgestelde steunregelingen voor landbouwers, en een dergelijke bevoegdheidsregel voor de justitiabelen geen procedurele nadelen inhoudt ter zake van met name de duur van de procedure, waardoor de uitoefening van de aan het recht van de Unie ontleende rechten uiterst moeilijk kan worden gemaakt, hetgeen door de verwijzende rechter moet worden nagegaan.
(1) PB C 133 van 5.5.2012.
Full & Egal Universal Law Academy