7.9.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 260/12
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 18 juli 2013 (verzoek van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel — België om een prejudiciële beslissing) — Eurofit SA/Belgisch interventie- en restitutiebureau (BIRB)
(Zaak C-99/12) (1)
(Verzoek om prejudiciële beslissing - Landbouw - Gemeenschappelijke ordening van markten - Verordening (EEG) nr. 3665/87 - Uitvoerrestituties - Omleiding van voor uitvoer bestemd product - Verplichting van exporteur tot terugbetaling - Niet-mededeling door bevoegde autoriteiten van informatie betreffende betrouwbaarheid van medecontractant die verdacht wordt van fraude - Geval van overmacht - Ontbreken daarvan)
2013/C 260/20
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Rechtbank van eerste aanleg te Brussel
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Eurofit SA
Verwerende partij: Belgisch interventie- en restitutiebureau (BIRB)
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Rechtbank van eerste aanleg te Brussel — Uitlegging van de bepalingen van verordening (EEG) nr. 3665/87 van de Commissie van 27 november 1987 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (PB L 351, blz. 1) — Verplichting van de exporteur tot terugbetaling van de restituties ingeval de producten zijn afgeleid — Vraag of de niet-mededeling door de bevoegde autoriteiten van de informatie waarom de exporteur heeft verzocht, of de mededeling van onjuiste informatie aan hem, voor deze laatste een geval van overmacht in de zin van voornoemde verordening vormt
Dictum
De omstandigheid dat de bevoegde douaneautoriteiten de exporteur niet op de hoogte hebben gebracht van het feit dat zijn medecontractant mogelijkerwijs fraude had gepleegd, vormt geen geval van overmacht in de zin van de bepalingen van verordening (EEG) nr. 3665/87 van de Commissie van 27 november 1987 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 2945/94 van de Commissie van 2 december 1994 en inzonderheid van artikel 11, lid 1, derde alinea, eerste streepje, van deze verordening. Ook al levert dit verzuim mogelijkerwijs een uitzonderlijk geval op in de zin van artikel 11, lid 1, derde alinea, tweede streepje, van verordening nr. 3665/87, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2945/94, stelt het de betrokken exporteur evenwel niet vrij van zijn verplichting om de ten onrechte ontvangen restituties terug te betalen en hoeft deze laatste daardoor enkel de bij voornoemd artikel 11 vastgestelde geldstraffen niet te betalen.
(1) PB C 138 van 12.5.2012
Full & Egal Universal Law Academy