26.1.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 26/2
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 26 november 2014 — Europees Parlement (C-103/12) en Europese Commissie (C-165/12)/Raad van de Europese Unie
(Gevoegde zaken C-103/12 en C-165/12) (1)
((Beroepen tot nietigverklaring - Besluit 2012/19/EU - Rechtsgrondslag - Artikel 43, leden 2 en 3, VWEU - Bilaterale overeenkomst tot verlening van een exploitatiemachtiging voor het overschot van de toegestane vangst - Keuze van de betrokken derde staat waaraan de Unie een machtiging verleent om biologische rijkdommen te exploiteren - Exclusieve economische zone - Politiek besluit - Vaststelling van de vangstmogelijkheden))
(2015/C 026/02)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partijen: Europees Parlement (vertegenwoordigers: L. G. Knudsen, I. Liukkonen en I. Díez Parra, gemachtigden) (C-103/12) en Europese Commissie (vertegenwoordigers: A. Bouquet en E. Paasivirta, gemachtigden) (C-165/12)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: A. Westerhof Löfflerová en A. de Gregorio Merino, gemachtigden)
Interveniënten aan de zijde van verwerende partij: Tsjechische Republiek (vertegenwoordigers: M. Smolek, E. Ruffer en D. Hadroušek, gemachtigden), Koninkrijk Spanje (vertegenwoordiger: N. Díaz Abad, gemachtigde), Franse Republiek (vertegenwoordigers: G. de Bergues, D. Colas en N. Rouam, gemachtigden) en Republiek Polen (vertegenwoordigers: B. Majczyna en M. Szpunar, gemachtigden)
Dictum
1)
Besluit 2012/19/EU van de Raad van 16 december 2011 houdende goedkeuring, namens de Europese Unie, van een verklaring inzake de toekenning van vangstmogelijkheden in wateren van de EU aan vissersvaartuigen die de vlag van de Bolivariaanse Republiek Venezuela voeren in de exclusieve economische zone voor de kust van Frans-Guyana wordt nietig verklaard.
2)
De gevolgen van besluit 2012/19/EU blijven gehandhaafd tot aan de inwerkingtreding, binnen een redelijke termijn na de uitspraak van dit arrest, van een nieuw besluit dat is gebaseerd op de juiste rechtsgrondslag, namelijk artikel 43, lid 2, VWEU juncto artikel 218, lid 6, sub a-v, VWEU.
3)
De Raad van de Europese Unie wordt verwezen in de kosten.
4)
De Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek en de Republiek Polen dragen hun eigen kosten.
(1) PB C 157 van 2.6.2012.
Full & Egal Universal Law Academy