20.4.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 114/21
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 21 februari 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato — Italië) — Ministero per i beni e le attività culturali e.a./Ordine degli Ingegneri di Verona e Provincia e.a.
(Zaak C-111/12) (1)
(Richtlijn 85/384/EEG - Onderlinge erkenning van titels op gebied van architectuur - Artikelen 10 en 11, sub g - Nationale regeling die titel van architect en die van ingenieur gelijkstelt, maar uitvoering van werken aan als artistiek erfgoed geklasseerde gebouwen aan architecten voorbehoudt - Beginsel van gelijke behandeling - Zuiver interne situatie van lidstaat)
2013/C 114/30
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Consiglio di Stato
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Ministero per i beni e le attività culturali, Ordine degli Ingegneri della Provincia di Venezia, Ordine degli Ingegneri della Provincia di Padova, Ordine degli Ingegneri della Provincia di Treviso, Ordine degli Ingegneri della Provincia di Vicenza, Ordine degli Ingegneri di Verona e Provincia, Ordine degli Ingegneri della Provincia di Rovigo, Ordine degli Ingegneri della Provincia di Belluno
Verwerende partijen: Ordine degli Ingegneri di Verona e Provincia, Consiglio Nazionale degli Ingegneri, Consiglio Nazionale degli Architetti, Pianificatori, Paesaggisti e Conservatori, Ordine degli Architetti Pianificatori Paesaggisti e Conservatori della Provincia di Verona, Alessandro Mosconi, Comune di S. Martino Buon Albergo (VR), Istituzione di Ricovero e di Educazione di Venezia (IRE), Ordine degli Architetti della Provincia di Venezia
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Consiglio di Stato — Uitlegging van de artikelen 10 en 11 van richtlijn 85/384/EG van de Raad van 10 juni 1985 inzake de onderlinge erkenning van de diploma’s, certificaten en andere titels op het gebied van de architectuur, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten (PB L 223, blz. 15) — Onderlinge erkenning van titels op het vlak van architectuur — Nationale regeling die de uitvoering van werken aan als cultureel erfgoed geklasseerde gebouwen aan architecten voorbehoudt — Controle, in elk individueel geval, van de bekwaamheid van houders van in andere lidstaten behaalde diploma’s van architect en ingenieur om dergelijke werken uit te voeren
Dictum
De artikelen 10 en 11 van richtlijn 85/384/EEG van de Raad van 10 juni 1985 inzake de onderlinge erkenning van de diploma’s, certificaten en andere titels op het gebied van de architectuur, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale regeling volgens welke personen die beschikken over een in artikel 11 uitdrukkelijk vermelde titel die is afgegeven door een andere dan de ontvangende lidstaat en die toegang geeft tot werkzaamheden op het gebied van architectuur, in laatstgenoemde lidstaat slechts werkzaamheden aan gebouwen van artistiek belang mogen verrichten indien zij aantonen, in voorkomend geval in het kader van een specifieke controle van hun beroepsbekwaamheid, dat zij over bijzondere bekwaamheden beschikken op het gebied van het erfgoed.
(1) PB C 151 van 26.5.2012.
Full & Egal Universal Law Academy