14.4.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 112/4
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 27 februari 2014 — Stichting Woonlinie, Stichting Allee Wonen, Woningstichting Volksbelang, Stichting WoonInvest, Stichting Woonstede/Europese Commissie
(Zaak C-133/12 P) (1)
((Hogere voorziening - Staatssteun - Steunregeling ten gunste van woningcorporaties - Verenigbaarheidsbesluit - Toezeggingen van de nationale autoriteiten om het Unierecht na te leven - Artikel 263, vierde alinea, VWEU - Beroep tot nietigverklaring - Voorwaarden voor ontvankelijkheid - Procesbelang - Procesbevoegdheid - Individueel en rechtstreeks geraakte begunstigden - Begrip „gesloten kring”))
2014/C 112/05
Procestaal: Nederlands
Partijen
Rekwirantes: Stichting Woonlinie, Stichting Allee Wonen, Woningstichting Volksbelang, Stichting WoonInvest, Stichting Woonstede (vertegenwoordigers: P. Glazener en E. Henny, advocaten)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie (vertegenwoordigers: H. van Vliet, S. Noë en S. Thomas, gemachtigden)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen de beschikking van het Gerecht (Zevende kamer) van 16 december 2010, Stichting Woonlinie e.a./Commissie (T-202/10), waarbij het verzoek om gedeeltelijke nietigverklaring van besluit C(2009) 9963 definitief van de Commissie van 15 december 2009 inzake de steunmaatregelen E 2/2005 en N 642/2009 — Nederland — Bestaande steun en bijzondere projectsteun voor woningcorporaties, niet-ontvankelijk is verklaard
Dictum
1)
De beschikking van het Gerecht van de Europese Unie van 16 december 2011, Stichting Woonlinie e.a./Commissie (T-202/10), wordt vernietigd voor zover daarbij het door Stichting Woonlinie, Stichting Allee Wonen, Woningstichting Volksbelang, Stichting WoonInvest en Stichting Woonstede ingestelde beroep tot nietigverklaring van besluit C(2009) 9963 definitief van de Commissie van 15 december 2009 inzake de steunmaatregelen E 2/2005 en N 642/2009 — Nederland — Bestaande steun en bijzondere projectsteun voor woningcorporaties, voor zover dat besluit betrekking heeft op steunregeling E 2/2005, niet-ontvankelijk wordt verklaard.
2)
Het in punt 1 van dit dictum bedoelde beroep tot nietigverklaring is ontvankelijk.
3)
De zaak wordt terugverwezen naar het Gerecht van de Europese Unie voor een uitspraak ten gronde over het in punt 1 van dit dictum bedoelde beroep tot nietigverklaring.
4)
De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden.
(1) PB C 138 van 12.5.2012.
Full & Egal Universal Law Academy