1.6.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 156/13
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 11 april 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Administrativen sad — Varna — Bulgarije) — Rusedespred OOD/Direktor na Direktsia „Obzhalvane i upravlenie na izpalnenieto” — Varna pri Tsentralno upravlenie na Natsionalnata agentsia za prihodite
(Zaak C-138/12) (1)
(Fiscale bepalingen - Btw - Richtlijn 2006/112/EG - Artikel 203 - Beginsel van fiscale neutraliteit - Teruggaaf van voldane belasting aan leverancier indien verkrijger van vrijgestelde handeling recht op aftrek wordt ontzegd)
2013/C 156/20
Procestaal: Bulgaars
Verwijzende rechter
Administrativen sad — Varna
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Rusedespred OOD
Verwerende partij: Direktor na Direktsia „Obzhalvane i upravlenie na izpalnenieto” — Varna pri Tsentralno upravlenie na Natsionalnata agentsia za prihodite
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Administrativen sad — Varna — Uitlegging van artikel 203 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1) — Beginselen van fiscale neutraliteit, doeltreffendheid en gelijke behandeling — Recht op aftrek van voorbelasting — Recht van de leverancier van een goed op teruggaaf van de onverschuldigd betaalde belasting wanneer het recht op aftrek van de belasting aan de verkrijger van de levering is ontzegd op grond dat de levering naar nationaal recht is vrijgesteld van belasting
Dictum
1)
Het beginsel van neutraliteit van de belasting over de toegevoegde waarde, zoals dat door de rechtspraak betreffende artikel 203 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde is geconcretiseerd, moet aldus worden uitgelegd dat het eraan in de weg staat dat de belastingdienst op basis van een nationale bepaling ter omzetting van dit artikel de persoon die een vrijgestelde levering heeft verricht de teruggaaf van de bij vergissing aan zijn klant gefactureerde belasting over de toegevoegde waarde weigert op grond dat deze leverancier de onjuiste factuur niet heeft gecorrigeerd, terwijl de belastingdienst de klant het recht op aftrek van die belasting over de toegevoegde waarde definitief heeft ontzegd, waardoor de nationale wettelijke correctieregeling niet meer van toepassing is.
2)
Een belastingplichtige kan zich beroepen op het beginsel van neutraliteit van de belasting over de toegevoegde waarde, zoals dat door de rechtspraak inzake artikel 203 van richtlijn 2006/112 is geconcretiseerd, om zich te verzetten tegen een bepaling van nationaal recht die voor de teruggaaf van bij vergissing gefactureerde belasting over de toegevoegde waarde als voorwaarde stelt dat de onjuiste factuur is gecorrigeerd, terwijl het recht op aftrek van die belasting over de toegevoegde waarde definitief is geweigerd, waardoor de nationale wettelijke correctieregeling niet meer van toepassing is.
(1) PB C 151 van 26.5.2012.
Full & Egal Universal Law Academy