3.8.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 225/29
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 8 mei 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Administrativen sad — Varna — Bulgarije) — Hristomir Marinov, namens Lampatov — H — Hristomir Marinov/Direktor na Direktsia „Obzhalvane I upravlenie na izpalnenieto” — Varna pri Tsentralno upravlenie na Natsionalnata agentsia za prihodite
(Zaak C-142/12) (1)
(Belasting over de toegevoegde waarde - Richtlijn 2006/112/EG - Artikelen 18, sub c, 74 en 80 - Beëindiging van belastbare economische activiteit - Schrapping van belastingplichtige uit btw-register door belastingdienst - Onder zich hebben van goederen waarvoor recht op btw-aftrek is ontstaan - Maatstaf van heffing - Normale waarde of aankoopwaarde - Berekening op tijdstip van handeling - Directe werking van artikel 74)
2013/C 225/47
Procestaal: Bulgaars
Verwijzende rechter
Administrativen sad — Varna
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Hristomir Marinov, namens Lampatov — H — Hristomir Marinov
Verwerende partij: Direktor na Direktsia „Obzhalvane I upravlenie na izpalnenieto” — Varna pri Tsentralno upravlenie na Natsionalnata agentsia za prihodite
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Administrativen sad — Varna — Uitlegging van de artikelen 18, sub c, 74 en 80, van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1) — Met leveringen onder bezwarende titel gelijkgestelde handelingen — Beëindiging van de belastbare economische activiteit van een belastingplichtige, toe te schrijven aan het feit dat hij door zijn schrapping uit het btw-register niet langer de mogelijkheid heeft om btw in rekening te brengen en af te trekken — Methode voor de bepaling van de maatstaf van heffing voor ten tijde van de schrapping bestaande activa
Dictum
1)
Artikel 18, sub c, van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde moet aldus worden uitgelegd dat het ook van toepassing is op de beëindiging van de belastbare economische activiteit als gevolg van de schrapping van de belastingplichtige uit het register van de belasting over de toegevoegde waarde.
2)
Artikel 74 van richtlijn 2006/112 moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale bepaling volgens welke de maatstaf van heffing voor de handeling bij beëindiging van de belastbare economische activiteit gelijk is aan de normale waarde van de op de dag van deze beëindiging ter beschikking staande goederen, tenzij deze waarde in de praktijk overeenkomt met de restwaarde van deze goederen op die datum en rekening wordt gehouden met de waardewijzigingen van deze goederen tussen de dag van aankoop ervan en die van beëindiging van de belastbare economische activiteit.
3)
Artikel 74 van richtlijn 2006/112 heeft directe werking.
(1) PB C 151 van 26.5.2012.
Full & Egal Universal Law Academy