27.4.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 123/7
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 7 maart 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Székesfehérvári Törvényszék — Hongarije) — Gábor Fekete/Nemzeti Adó- és Vámhivatal Közép-dunántúli Regionális Vám- és Pénzügyőri Főigazgatósága
(Zaak C-182/12) (1)
(Communautair douanewetboek - Artikel 137 - Uitvoeringsverordening communautair douanewetboek - Artikel 561, lid 2 - Voorwaarden voor volledige vrijstelling van invoerrechten - Invoer in lidstaat van voertuig waarvan eigenaar in derde land is gevestigd - Door eigenaar anderszins dan door arbeidsovereenkomst met gebruiker gemachtigd gebruik van voertuig voor particuliere doeleinden - Geen vrijstelling)
2013/C 123/10
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Székesfehérvári Törvényszék
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Gábor Fekete
Verwerende partij: Nemzeti Adó- és Vámhivatal Közép-dunántúli Regionális Vám- és Pénzügyőri Főigazgatósága
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Székesfehérvári Törvényszék — Uitlegging van artikel 561, lid 2, van verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253, blz. 1) — Voorwaarden voor totale vrijstelling van invoerrechten — Gebruik voor particuliere doeleinden van vervoermiddel — Begrip arbeidsverhouding — Invoer in lidstaat van voertuig dat toebehoort aan een in een derde land gevestigde stichting door de voorzitter van de raad van bestuur van deze stichting — Machtiging door de betrokken stichting van de voorzitter van de raad van bestuur om het betrokken voertuig te gebruiken en besturen
Dictum
Artikel 561, lid 2, van de verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 993/2001 van de Commissie van 4 mei 2001, moet aldus worden uitgelegd dat de in die bepaling voorziene volledige vrijstelling van invoerrechten voor een vervoermiddel dat wordt gebruikt voor particuliere doeleinden door een op het douanegebied van de Europese Unie gevestigde persoon, enkel kan worden verleend wanneer dat particuliere gebruik is vastgelegd in een arbeidsovereenkomst tussen die persoon en de buiten dat gebied gevestigde eigenaar van het voertuig.
(1) PB C 217 van 21.7.2012.
Full & Egal Universal Law Academy