14.12.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 367/12
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 17 oktober 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Hof van Cassatie van België) — United Antwerp Maritime Agencies (UNAMAR) NV/Navigation Maritime Bulgare
(Zaak C-184/12) (1)
(Verdrag van Rome inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst - Artikelen 3 en 7, lid 2 - Rechtskeuze door partijen - Grenzen - Bepalingen van bijzonder dwingend recht - Richtlijn 86/653/EEG - Zelfstandige handelsagenten - Overeenkomsten voor verkoop of aankoop van goederen - Verbreking van agentuurovereenkomst door principaal - Nationale omzettingsregeling die ruimere bescherming biedt dan door richtlijn opgelegde minimum en die handelsagenten ook beschermt wanneer zij contractueel overeengekomen diensten verrichten)
2013/C 367/19
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hof van Cassatie van België
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: United Antwerp Maritime Agencies (UNAMAR) NV
Verwerende partij: Navigation Maritime Bulgare
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Hof van Cassatie van België — Uitlegging van de artikelen 3 en 7, lid 2, van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980 (PB 1980, L 266, blz. 1), en van richtlijn 86/653/EEG van de Raad van 18 december 1986 inzake de coördinatie van de wetgevingen in de lidstaten inzake zelfstandige handelsagenten (PB L 382, blz. 17) — Keuzevrijheid van partijen — Grenzen — Handelsagentuurovereenkomst — Beding waarbij het recht van de staat waar de principaal is gevestigd, van toepassing wordt verklaard — Zaak aanhangig gemaakt voor de rechter van de plaats waar de handelsagent is gevestigd
Dictum
De artikelen 3 en 7, lid 2, van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980, moeten aldus worden uitgelegd dat het door partijen bij een handelsagentuurovereenkomst gekozen recht van een lidstaat van de Europese Unie dat de door richtlijn 86/653/EEG van de Raad van 18 december 1986 inzake de coördinatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake zelfstandige handelsagenten opgelegde minimumbescherming biedt, door de in een andere lidstaat gevestigde rechter bij wie de zaak aanhangig is uitsluitend opzij mag worden geschoven voor de lex fori op grond dat de regels die de situatie van zelfstandige handelsagenten beheersen van dwingend recht zijn in de rechtsorde van deze lidstaat, indien de aangezochte rechter, rekening houdend met de aard en het voorwerp van deze dwingende bepalingen, omstandig vaststelt dat de wetgever van de lidstaat waar de zaak wordt behandeld, het in het kader van de omzetting van de richtlijn van fundamenteel belang heeft geacht om de handelsagent in de betrokken rechtsorde een bescherming te bieden die ruimer is dan die waarin deze richtlijn voorziet.
(1) PB C 200 van 7.7.2012.
Full & Egal Universal Law Academy