11.1.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 9/7
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 14 november 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato — Italië) — SFIR — Società Fondiaria Industriale Romagnola SpA, Italia Zuccheri SpA, Co.Pro.B. — Cooperativa Produttori Bieticoli Soc. coop. agricola, Eridania Sadam SpA/AGEA — Agenzia per le Erogazioni in Agricoltura, Ministero delle Politiche agricole, alimentari e forestali
(Gevoegde zaken C-187/12–C-189/12) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Verordening (EG) nr. 320/2006 - Verordening (EG) nr. 968/2006 - Landbouw - Tijdelijke regeling voor herstructurering van suikerindustrie - Voorwaarden voor toekenning van herstructureringssteun - Begrippen „productie-installaties” en „volledige ontmanteling”)
2014/C 9/10
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Consiglio di Stato
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: SFIR — Società Fondiaria Industriale Romagnola SpA, Italia Zuccheri SpA, Co.Pro.B. — Cooperativa Produttori Bieticoli Soc. coop. agricola, Eridania Sadam SpA
Verwerende partijen: AGEA — Agenzia per le Erogazioni in Agricoltura, Ministero delle Politiche agricole, alimentari e forestali
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Consiglio di Stato — Uitlegging van de artikelen 3 en 4 van verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad van 20 februari 2006 tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap en tot wijziging van verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 58, blz. 42) en van artikel 4 van verordening (EG) nr. 968/2006 van de Commissie van 27 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen voor verordening (EG) nr. 320/2006 (PB L 176, blz. 32) — Voorwaarden voor de toekenning van de volledige steun — Begrippen „productie-installaties” en „volledige ontmanteling” — Mogelijkheid voor producenten van suiker, isoglucose en inulinestroop om de volledige steun te ontvangen indien zij installaties in stand houden die geen verband houden met de productie van deze producten, maar worden gebruikt voor andere producten
Dictum
1)
De artikelen 3 en 4 van verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad van 20 februari 2006 tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap en tot wijziging van verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, en artikel 4 van verordening (EG) nr. 968/2006 van de Commissie van 27 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen voor verordening nr. 320/2006, moeten aldus worden uitgelegd dat het begrip productie-installaties voor de toepassing van deze artikelen silo’s omvat die bestemd zijn voor de opslag van suiker van de begunstigde van de steun, ongeacht of zij daarnaast voor andere doeleinden worden gebruikt. Silo’s die uitsluitend voor de opslag van door andere producenten geproduceerde of van hen gekochte quotumsuiker worden gebruikt, en silo’s die uitsluitend worden gebruikt voor het verpakken of inpakken van suiker met het oog op de verkoop ervan, vallen niet onder dit begrip. Het staat aan de nationale rechter zulks van geval tot geval te beoordelen, gelet op de technische kenmerken of het daadwerkelijke gebruik dat van de betrokken silo’s wordt gemaakt.
2)
Bij het onderzoek van de derde en de vierde vraag in zaak C-188/12 en van de tweede en de derde vraag in zaak C-189/12 is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van de artikelen 3 en 4 van verordening nr. 320/2006 en van artikel 4 van verordening nr. 968/2006 kunnen aantasten.
(1) PB C 194 van 30.6.2012.
Full & Egal Universal Law Academy