23.11.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 344/28
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 26 september 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door Grondwettelijk Hof — België) — Industrie du bois de Vielsalm & Cie (IBV) NV/Waals Gewest
(Zaak C-195/12) (1)
(Richtlijn 2004/8/EG - Werkingssfeer - Warmtekrachtkoppeling en hoogrenderende warmtekrachtkoppeling - Artikel 7 - Regionale steunregeling die voorziet in verlening van „groene certificaten” voor installaties voor warmtekrachtkoppeling - Verlening van grotere hoeveelheid groene certificaten voor installaties voor warmtekrachtkoppeling die voornamelijk andere vormen van biomassa dan hout of houtafval valoriseren - Beginsel van gelijke behandeling en non-discriminatie - Artikelen 20 en 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie)
2013/C 344/48
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Grondwettelijk Hof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Industrie du bois de Vielsalm & Cie (IBV) NV
Verwerende partij: Waals Gewest
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Grondwettelijk Hof — Uitlegging van artikel 7 van richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling op basis van de vraag naar nuttige warmte binnen de interne energiemarkt en tot wijziging van richtlijn 92/42/EEG (PB L 52, blz. 50) — Uitlegging van de artikelen 2 en 4 van richtlijn 2001/77/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt (PB L 283, blz. 33) — Uitlegging van artikel 22 van richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van richtlijn 2001/77/EG en richtlijn 2003/30/EG (PB L 140, blz. 16) — Uitlegging van artikel 6VEU en van de artikelen 20 en 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie — Financiële steunregelingen die alleen van toepassing zijn op installaties voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling — Verplichting, toestemming of verbod om installaties voor warmtekrachtkoppeling die voornamelijk hout of houtafvalstoffen valoriseren, van de steunregelingen uit te sluiten — Overeenstemming van de regeling met het gelijkheidsbeginsel
Dictum
1)
Artikel 7 van richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling op basis van de vraag naar nuttige warmte binnen de interne energiemarkt en tot wijziging van richtlijn 92/42/EEG, moet aldus worden uitgelegd dat het niet alleen van toepassing is op installaties voor warmtekrachtkoppeling die hoogrenderende installaties zijn in de zin van deze richtlijn.
2)
In de huidige stand van het Unierecht staat het met name in de artikelen 20 en 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie neergelegde beginsel van gelijke behandeling en non-discriminatie niet eraan in de weg dat de lidstaten bij de invoering van nationale steunregelingen voor warmtekrachtkoppeling en de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, zoals bedoeld in artikel 7 van richtlijn 2004/8 en artikel 4 van richtlijn 2001/77/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt, voorzien in versterkte steun zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, waarvoor alle installaties voor warmtekrachtkoppeling die voornamelijk biomassa valoriseren, met uitsluiting van installaties die voornamelijk hout en/of houtafvalstoffen valoriseren, in aanmerking komen.
(1) PB C 200 van 7.7.2012.
Full & Egal Universal Law Academy