22.2.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 52/10
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 19 december 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesgerichtshof — Duitsland) — Walter Endress/Allianz Lebensversicherungs AG
(Zaak C-209/12) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Richtlijnen 90/619/EEG en 92/96/EEG - Direct levensverzekeringsbedrijf - Opzeggingsrecht - Ontbreken van informatie over voorwaarden voor uitoefening van dat recht - Vervallen van opzeggingsrecht één jaar na eerste premiebetaling - Overeenstemming met richtlijnen 90/619/EEG en 92/96/EEG)
2014/C 52/15
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesgerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Walter Endress
Verwerende partij: Allianz Lebensversicherungs AG
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Bundesgerichtshof — Uitlegging van artikel 15, lid 1, eerste zin, van de Tweede richtlijn (90/619/EEG) van de Raad van 8 november 1990 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekeringsbedrijf, tot vaststelling van de bepalingen ter bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van het vrij verrichten van diensten en houdende wijziging van richtlijn 79/267/EEG (PB L 330, blz. 50) juncto artikel 31, lid 1, van richtlijn 92/96/EEG van de Raad van 10 november 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekeringsbedrijf en tot wijziging van de richtlijnen 79/267/EEG en 90/619/EEG (PB L 360, blz. 1) — Pensioenverzekering — Herroepingsrecht van verzekeringnemer — Termijn — Verplichting tot verstrekking van informatie aan verzekeringnemer — Nationale wettelijke regeling krachtens welke de verzekeringnemer één jaar na de eerste premiebetaling elk recht van herroeping verliest, zelfs wanneer hij niet correct over de voorwaarden voor het uitoefenen van dat recht is geïnformeerd
Dictum
Artikel 15, lid 1, van de Tweede richtlijn 90/619/EEG van de Raad van 8 november 1990 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekeringsbedrijf, tot vaststelling van de bepalingen ter bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van het vrij verrichten van diensten en houdende wijziging van richtlijn 79/267/EEG, zoals gewijzigd bij richtlijn 92/96/EEG van de Raad van 10 november 1992 juncto artikel 31, van laatstgenoemde richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat, wanneer de verzekeringnemer niet over zijn opzeggingsrecht is geïnformeerd, deze bepaling in de weg staat aan een nationale wettelijke regeling als aan de orde in het hoofdgeding, krachtens welke dit opzeggingsrecht één jaar na de eerste premiebetaling vervalt.
(1) PB C 200 van 7.7.2012.
Full & Egal Universal Law Academy