5.5.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 135/3
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 13 maart 2014 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tartu Ringkonnakohus — Estland) — A Karuse AS/Politsei- ja Piirivalveamet
(Zaak C-222/12) (1)
([Wegvervoer - Verordening (EG) nr. 561/2006 - Verplichting tot gebruik van tachograaf - Uitzonderingen voor voertuigen die worden gebruikt in verband met onderhoud van wegen - Voertuig dat grind vervoert van plaats van lading naar plaats waar wegenonderhoudswerken worden verricht])
2014/C 135/03
Procestaal: Ests
Verwijzende rechter
Tartu Ringkonnakohus
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: A Karuse AS
Verwerende partij: Politsei- ja Piirivalveamet
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tartu Ringkonnakohus — Uitlegging van artikel 13, lid 1, sub h, van verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (PB L 102, blz. 1) — Verplichting om een tachograaf te gebruiken — Vrijstelling van deze verplichting voor voertuigen die worden ingezet voor het onderhoud van wegen — Vrachtwagen met kiepbak waarvan de toegestane maximummassa 25,5 ton bedraagt, die gebruikmaakt van de openbare weg om grind te vervoeren van een grindgroeve naar een plaats waar herstellings- en onderhoudswerken aan de weg worden verricht
Dictum
Het begrip „voertuigen die worden gebruikt in verband met [...] onderhoud van [...] wegen” dat is vastgesteld in artikel 13, lid 1, sub h, van verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad, welke voertuigen niet over een tachograaf hoeven te beschikken, dient aldus te worden uitgelegd dat een voertuig dat materieel vervoert naar de plaats waar de wegenonderhoudswerken worden verricht, onder dit begrip valt, mits het vervoer volledig en uitsluitend verband houdt met de uitvoering van deze werken en een aan die werken ondergeschikte activiteit vormt. Het staat aan de verwijzende rechter om op basis van alle relevante gegevens van de zaak in het hoofdgeding te beoordelen of dat het geval is.
(1) PB C 209 van 14.7.2012.
Full & Egal Universal Law Academy