11.1.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 9/9
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 7 november 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Raad van State — Nederland) — C. Demir/Staatssecretaris van Justitie
(Zaak C-225/12) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Associatieovereenkomst EEG-Turkije - Artikel 13 van besluit nr. 1/80 van de Associatieraad - Standstillclausules - Begrip „legaal verblijf”)
2014/C 9/13
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Raad van State
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: C. Demir
Verwerende partij: Staatssecretaris van Justitie
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Raad van State — Nederland — Uitlegging van artikel 13 van besluit nr. 1/80 van 19 september 1980 betreffende de ontwikkeling van de associatie, vastgesteld door de Associatieraad, die is ingesteld bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije — Verbod voor lidstaten om nieuwe beperkingen op toegang tot arbeidsmarkt in te voeren voor Turkse werknemers wier verblijf en arbeid op hun grondgebied legaal zijn — Nationale wettelijke regeling die voorziet in materiële en/of procedurele voorwaarde voor eerste toelating van Turkse staatsburgers tot nationaal grondgebied — Vereiste om voorafgaand aan komst naar Nederland en aanvraag van verblijfsvergunning in bezit te zijn van machtiging tot voorlopig verblijf — Punt 85 van arrest van Hof in gevoegde zaken C-317/01 (Abatay) en C-369/01 (Sahin) (Jurispr. 2003, blz. I-2301)
Dictum
1)
Artikel 13 van besluit nr. 1/80 van 19 september 1980 betreffende de ontwikkeling van de associatie, dat is vastgesteld door de Associatieraad die is ingesteld bij de overeenkomst waarbij een associatie tot stand is gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, welke op 12 september 1963 te Ankara is ondertekend door de Republiek Turkije enerzijds en de lidstaten van de EEG en de Gemeenschap anderzijds, en die namens de Gemeenschap is gesloten, goedgekeurd en bevestigd bij besluit 64/732/EEG van de Raad van 23 december 1963, moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een maatregel van een gastlidstaat de criteria vastlegt voor de legaliteit van Turkse onderdanen, en daarbij de materiële en/of formele voorwaarden op het gebied van toegang en verblijf van, en eventueel het verrichten van arbeid door, deze onderdanen op zijn grondgebied vaststelt of wijzigt, en wanneer deze voorwaarden een nieuwe beperking vormen van de uitoefening van het vrije verkeer van Turkse werknemers in de zin van de in dit artikel vervatte standstillclausule, deze clausule niet buiten toepassing kan worden gelaten op grond van het enkele feit dat de maatregel tot doel heeft illegale binnenkomst en illegaal verblijf, voorafgaand aan het indienen van een aanvraag om een verblijfsvergunning, tegen te gaan.
2)
Artikel 13 van besluit nr. 1/80 moet aldus worden uitgelegd dat het bezit van een machtiging tot voorlopig verblijf die enkel geldig is in afwachting van een definitieve beslissing over het verblijfsrecht, geen „legaal verblijf” vormt.
(1) PB C 243 van 11.8.2012.
Full & Egal Universal Law Academy