3.8.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 225/35
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 8 mei 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Hof van Beroep te Bergen — België) — Petroma Transports SA, Martens Energie SA, Martens Immo SA, Martens SA, Fabian Martens, Geoffroy Martens, Thibault Martens/Belgische Staat
(Zaak C-271/12) (1)
(Fiscale bepalingen - Belasting over toegevoegde waarde - Zesde richtlijn (77/388/EEG) - Recht op aftrek van voorbelasting - Verplichtingen van belastingplichtige - Bezit van onregelmatige of onnauwkeurige facturen - Ontbreken van verplichte vermeldingen - Weigering van recht op aftrek - Achteraf overgelegd bewijs dat gefactureerde handelingen daadwerkelijk zijn verricht - Corrigerende facturen - Recht op teruggaaf van btw - Neutraliteitsbeginsel)
2013/C 225/60
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Hof van Beroep te Bergen
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Petroma Transports SA, Martens Energie SA, Martens Immo SA, Martens SA, Fabian Martens, Geoffroy Martens, Thibault Martens
Verwerende partij: Belgische Staat
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Hof van Beroep te Bergen (België) — Uitlegging van de regels met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde — Aftrek van voorbelasting — Verplichting van de belastingplichtige — Recht op btw-aftrek afhankelijk van het bezit van een factuur die bepaalde vermeldingen bevat — Begrip „wezenlijke vermelding” — Weigering van het recht op aftrek — Gegevens die na een fiscale controle worden overgelegd en waaruit blijkt dat de diensten daadwerkelijk zijn verricht en tevens de aard en het bedrag van de diensten aan het licht treden — Verenigbaarheid met het Unierecht van nationale rechtspraak die het recht op aftrek weigert indien verplichte vermeldingen op de factuur ontbreken — Uitlegging van het beginsel van neutraliteit — Gevolgen van onnauwkeurige facturen voor de verplichting van de staat om de geïnde btw terug te betalen
Dictum
1)
De bepalingen van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, zoals gewijzigd bij richtlijn 94/5/EG van de Raad van 14 februari 1994, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale regeling als die in het hoofdgeding, volgens welke belastingplichtige dienstontvangers het recht op aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde kan worden geweigerd wanneer zij in het bezit zijn van onvolledige facturen, ook al worden die facturen, nadat de beslissing tot weigering van aftrek is genomen, vervolledigd via overlegging van gegevens waaruit mogelijkerwijs blijkt dat de gefactureerde handelingen daadwerkelijk zijn verricht en waaruit ook de aard en het bedrag ervan aan het licht treden.
2)
Het beginsel van fiscale neutraliteit verzet zich niet ertegen dat de belastingadministratie teruggave van de door een dienstverrichter voldane belasting over de toegevoegde waarde weigert wanneer de dienstontvangers het recht van aftrek van de btw over de betrokken diensten evenwel is geweigerd wegens de onregelmatigheden die in de door deze dienstverrichter uitgereikte facturen zijn vastgesteld.
(1) PB C 243 van 11.8.2012.
Full & Egal Universal Law Academy