14.12.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 367/17
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 24 oktober 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Augstākās tiesas Senāts — Letland) — Vitālijs Drozdovs/AAS „Baltikums”
(Zaak C-277/12) (1)
(Verplichte verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid waartoe gebruik van motorrijtuigen aanleiding kan geven - Richtlijn 72/166/EEG - Artikel 3, lid 1 - Richtlijn 90/232/EEG - Artikel 1 - Verkeersongeval - Overlijden van ouders van minderjarige verzoeker - Recht op vergoeding van kind - Immateriële schade - Vergoeding - Dekking door verplichte verzekering)
2013/C 367/28
Procestaal: Lets
Verwijzende rechter
Augstākās tiesas Senāts
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij Vitālijs Drozdovs
Verwerende partij: AAS „Baltikums”
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Augstākās tiesas Senāts — Uitlegging van artikel 3 van richtlijn 72/166/EEG van de Raad van 24 april 1972 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid (PB L 103, blz. 1) en van artikel 1, lid 2, van de Tweede richtlijn (84/5/EEG) van de Raad van 30 december 1983 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven (PB 1984, L 8, blz. 17) — Wettelijkeaansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen — Bepaling van schade die valt onder de verplichte dekking van de wettelijkeaansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen — Eventuele opneming van immateriële schade onder de verplichte dekking van lichamelijk letsel — Nationale regeling waarbij sprake is van een aanzienlijk lagere vergoeding voor de psychische pijn en het psychische lijden dan de in de richtlijnen vastgestelde vergoeding voor lichamelijk letsel
Dictum
1)
Artikel 3, lid 1, van richtlijn 72/166/EEG van de Raad van 24 april 1972 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid, en artikel 1, leden 1 en 2, van de Tweede richtlijn (84/5/EEG) van de Raad van 30 december 1983 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven, moeten aldus worden uitgelegd dat de verplichte verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid waartoe gebruik van motorrijtuigen aanleiding kan geven, de vergoeding moet dekken van immateriële schade die is geleden door de naasten van bij een verkeersongeval overleden slachtoffers, voor zover het op het hoofdgeding toepasselijke nationale recht uit hoofde van de wettelijke aansprakelijkheid van de verzekerde in een dergelijke vergoeding voorziet.
2)
Artikel 3, lid 1, van richtlijn 72/166 en artikel 1, leden 1 en 2, van de Tweede richtlijn (84/5) moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen nationale bepalingen volgens welke de verplichte verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid waartoe gebruik van motorrijtuigen aanleiding kan geven, de vergoeding die volgens hun nationale recht inzake wettelijke aansprakelijkheid verschuldigd is voor de immateriële schade wegens het overlijden van naaste familieleden bij een verkeersongeval, slechts dekt ten belope van een maximumbedrag dat lager is dan de in artikel 1, lid 2, van de Tweede richtlijn (84/5) vastgestelde bedragen.
(1) PB C 235 van 4.8.2012.
Full & Egal Universal Law Academy