22.2.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 52/13
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 19 december 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Upper Tribunal — Verenigd Koninkrijk) — Fish Legal, Emily Shirley/The Information Commissioner, United Utilities Water plc, Yorkshire Water Services Ltd, Southern Water Services Ltd
(Zaak C-279/12) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Verdrag van Aarhus - Richtlijn 2003/4/EG - Toegang van publiek tot milieu-informatie - Werkingssfeer - Begrip „overheidsinstantie” - Afvalwaterafvoer- en waterdistributiebedrijven - Privatisering van watersector in Engeland en Wales)
2014/C 52/20
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
Upper Tribunal
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Fish Legal, Emily Shirley
Verwerende partijen: The Information Commissioner, United Utilities Water plc, Yorkshire Water Services Ltd, Southern Water Services Ltd
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Upper Tribunal (Administrative Appeals Chamber) — Verenigd Koninkrijk — Uitlegging van artikel 2, punt 2, sub a, b en c van richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van richtlijn 90/313/EEG van de Raad (PB L 41, blz. 26) — Verplichting voor overheidsinstanties om milieu-informatie waarover zij beschikken aan elke aanvrager beschikbaar te stellen — Werkingssfeer — Begrip natuurlijke of rechtspersonen „die openbare bestuursfuncties naar nationaal recht uitoefenen”
Dictum
1)
Teneinde te bepalen of entiteiten zoals United Utilities Water plc, Yorkshire Water Services Ltd en Southern Water Services Ltd kunnen worden aangemerkt als rechtspersonen die „openbare bestuursfuncties” naar nationaal recht uitoefenen in de zin van artikel 2, punt 2, sub b, van richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van richtlijn 90/313/EEG van de Raad, moet worden onderzocht of deze entiteiten krachtens het op hen van toepassing zijnde nationale recht beschikken over bevoegdheden die verder gaan dan de bevoegdheden die voortvloeien uit de regels die in de betrekkingen tussen particulieren gelden.
2)
Ondernemingen die openbare diensten in verband met het milieu verrichten, zoals United Utilities Water plc, Yorkshire Water Services Ltd en Southern Water Services Ltd, staan onder toezicht van een in artikel 2, punt 2, sub a of b, van richtlijn 2003/4 bedoeld orgaan of persoon, en moeten dus op grond van artikel 2, punt 2, sub c, van deze richtlijn als „overheidsinstanties” worden aangemerkt, indien zij niet op daadwerkelijk autonome wijze bepalen hoe zij die diensten verrichten, aangezien een in artikel 2, punt 2, sub a of b, van diezelfde richtlijn bedoelde overheidsinstantie het optreden van die ondernemingen op het gebied van het milieu op beslissende wijze kan beïnvloeden.
3)
Artikel 2, punt 2, sub b, van richtlijn 2003/4 moet aldus worden uitgelegd dat een persoon die onder die bepaling valt, een overheidsinstantie uitmaakt met betrekking tot alle milieu-informatie waarover hij beschikt. Handelsondernemingen als United Utilities Water plc, Yorkshire Water Services Ltd en Southern Water Services Ltd, die slechts een overheidsinstantie in de zin van artikel 2, punt 2, sub c, van die richtlijn kunnen zijn voor zover zij bij het verrichten van openbare diensten op het gebied van het milieu onder toezicht staan van een in artikel 2, punt 2, sub a of b, van die richtlijn bedoeld orgaan of persoon, hoeven geen milieu-informatie te verstrekken waarvan vaststaat dat zij geen verband houdt met het verrichten van dergelijke diensten.
(1) PB C 250 van 18.8.2012.
Full & Egal Universal Law Academy