23.11.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 344/30
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 26 september 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Administrativen sad — Varna — Bulgarije) — Serebryannay vek EOOD/Direktor na Direktsia „Obzhalvane i upravlenie na izpalnenieto” Varna pri Tsentralno upravlenie na Natsionalnata agentsia za prihodite
(Zaak C-283/12) (1)
(Btw - Richtlijn 2006/112/EG - Artikelen 2, lid 1, sub c, 26, 62 en 63 - Belastbaar feit - Wederzijdse prestaties - Handelingen onder bezwarende titel - Maatstaf van heffing van handeling wanneer tegenprestatie uit diensten bestaat - Recht om onroerende goederen te gebruiken en aan derden te verhuren dat door natuurlijke persoon aan vennootschap wordt toegekend in ruil voor diensten bestaande in verbetering en stoffering van deze goederen door die vennootschap)
2013/C 344/52
Procestaal: Bulgaars
Verwijzende rechter
Administrativen sad — Varna
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Serebryannay vek EOOD
Verwerende partij: Direktor na Direktsia „Obzhalvane i upravlenie na izpalnenieto” Varna pri Tsentralno upravlenie na Natsionalnata agentsia za prihodite
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Administrativen sad — Varna — Uitlegging van de artikelen 2, lid 1, sub c, 26, 62 en 63 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1) — Wettelijke regeling volgens welke in geval van een niet-geldelijke vergoeding voor de dienstverrichter de tegenprestatie voor zijn dienstverrichting uit een andere dienstverrichting bestaat — Kwalificatie van een handeling als ruil van diensten of niet — In het ontkennende geval mogelijkheid om de verbetering en stoffering van een onroerend goed te kwalificeren als belastbare handeling — Ontstaan van belastbaar feit en regel voor vaststelling van maatstaf van heffing
Dictum
Artikel 2, lid 1, sub c, van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde moet aldus worden uitgelegd dat een dienstverrichting bestaande in reparatie en stoffering van een appartement als een onder bezwarende titel verrichte dienst moet worden beschouwd wanneer de verrichter van die dienst er zich enerzijds volgens een met de eigenaar van dit appartement gesloten overeenkomst toe verbindt om deze dienst op zijn kosten te verrichten en hij anderzijds het recht verkrijgt om dat appartement gedurende de looptijd van deze overeenkomst te gebruiken voor zijn economische activiteit, zonder dat hij huur hoeft te betalen, terwijl de eigenaar het ingerichte appartement terugkrijgt aan het einde van die overeenkomst.
(1) PB C 243 van 11.8.2012.
Full & Egal Universal Law Academy