22.2.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 52/14
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 12 december 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tartu Ringkonnakohus — Estland) — Ragn-Sells AS/Sillamäe Linnavalitsus
(Zaak C-292/12) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Richtlijn 2008/98/EG - Afvalbeheer - Artikel 16, lid 3 - Beginsel van nabijheid - Verordening (EG) nr. 1013/2006 - Overbrenging van afval - Gemengd stedelijk afval - Industrieel afval en bouwafval - Procedure voor gunning van dienstenconcessie voor ophaling en vervoer van op grondgebied van gemeente geproduceerd afval - Verplichting voor toekomstige begunstigde om opgehaald afval te vervoeren naar door aanbestedende dienst aangewezen verwerkingsinstallaties - Meest nabijgelegen, daartoe geschikte verwerkingsinstallatie)
2014/C 52/22
Procestaal: Ests
Verwijzende rechter
Tartu Ringkonnakohus
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Ragn-Sells AS
Verwerende partij: Sillamäe Linnavalitsus
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tartu Ringkonnakohus — Uitlegging van de artikelen 102 en 106, lid 1, VWEU en artikel 16, lid 3, van richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312, blz. 3) — Procedure voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor georganiseerd vervoer van stedelijk afval — In het bestek gestelde voorwaarde dat de toekomstige concessiehouder het afval uitsluitend vervoert naar twee specifieke afvalverwerkingscentrales die op het grondgebied van de betrokken gemeente actief zijn, ook al zijn er op de markt andere dienstverleners actief die aan de voorwaarden voldoen — Uitsluitend recht om stedelijk afval te verwerken — Misbruik van machtspositie
Dictum
1)
De bepalingen van verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, juncto artikel 16 van richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen, moeten aldus worden uitgelegd dat:
—
deze bepalingen een lokaal lichaam toestaan om de met inzameling van afval op zijn grondgebied belaste onderneming ertoe te verplichten, het gemengd stedelijk afvoer, ingezameld bij particuliere huishoudens en in voorkomend geval bij andere producenten, te vervoeren naar de meest nabijgelegen, daartoe geschikte installatie die is gelegen in dezelfde lidstaat als dit lichaam.
—
deze bepalingen een lokaal lichaam niet toestaan om de met inzameling van afval op zijn grondgebied belaste onderneming ertoe te verplichten, het op zijn grondgebied geproduceerde industrieel afval en bouwafval te vervoeren naar de meest nabijgelegen, daartoe geschikte installatie die is gelegen in dezelfde lidstaat als dit lichaam, voor zover dit afval is bestemd voor nuttige toepassing, indien de producenten van dit afval verplicht zijn dit afval aan deze onderneming of rechtstreeks aan deze installatie te leveren.
2)
De artikelen 49 VWEU en 56 VWEU zijn niet van toepassing op een situatie als in het hoofdgeding, die zich in al haar aspecten in één enkele lidstaat afspeelt.
(1) PB C 243 van 11.8.2012.
Full & Egal Universal Law Academy