23.11.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 344/31
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 19 september 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Amtsgericht Laufen — Duitsland) — strafzaken tegen Gjoko Filev, Adnan Osmani
(Zaak C-297/12) (1)
(Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht - Terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op grondgebied verblijven - Richtlijn 2008/115/EG - Artikel 11, lid 2 - Terugkeerbesluit dat gepaard gaat met inreisverbod - Duur van inreisverbod in beginsel beperkt tot vijf jaar - Nationale regeling volgens welke inreisverbod voor onbepaalde tijd geldt indien geen verzoek om beperking wordt ingediend - Artikel 2, lid 2, sub b - Onderdanen van derde landen die verplicht zijn tot terugkeer als strafrechtelijke sanctie of als gevolg van strafrechtelijke sanctie - Niet-toepassing van richtlijn)
2013/C 344/53
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Amtsgericht Laufen
Partijen in de strafzaak
Gjoko Filev, Adnan Osmani
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Amtsgericht Laufen — Uitlegging van de artikelen 2, lid 2, sub b, en 11, lid 2, van richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348, blz. 98) — Terugkeerbesluit waarbij de toegang tot het nationale grondgebied wordt ontzegd — Maximumduur van dit inreisverbod — Nationale wettelijke regeling op grond waarvan vreemdelingen ten aanzien van wie een besluit tot verwijdering is genomen de toegang tot het nationale grondgebied voor onbepaalde duur wordt ontzegd en schending van dit inreisverbod wordt bestraft met een boete of met een gevangenisstraf tot drie jaar — Te late omzetting van de richtlijn — Bepalingen van de richtlijn met rechtstreekse werking — In nationale wettelijke regeling voorziene mogelijkheid dat een verzoek kan worden ingediend om de gevolgen van het inreisverbod te beperken in de tijd — Inreisverbod in dat geval beperkt tot vijf jaar, tenzij de betrokken vreemdeling strafrechtelijk is veroordeeld of een bedreiging vormt voor de openbare orde en de openbare veiligheid — Onderdanen van derde landen ten aanzien van wie meer dan vijf jaar geleden een besluit tot verwijdering is genomen
Dictum
1)
Artikel 11, lid 2, van richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven, moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een nationale bepaling, zoals § 11, lid 1, van het Gesetz über den Aufenthalt, die Erwerbstätigkeit und die Integration von Ausländern im Bundesgebiet (wet op het verblijf, de beroepswerkzaamheden en de integratie van vreemdelingen op het grondgebied van de Bondsrepubliek), die voor de toekenning van de beperking van de duur van een inreisverbod vereist dat de betrokken onderdaan van een derde land een aanvraag indient om een dergelijke beperking te verkrijgen.
2)
Artikel 11, lid 2, van richtlijn 2008/115 moet aldus worden uitgelegd dat het eraan in de weg staat dat een inbreuk op een verbod om het grondgebied van een lidstaat binnen te komen en aldaar te verblijven, welk verbod is opgelegd meer dan vijf jaar vóór ofwel de datum waarop de betrokken onderdaan van een derde land opnieuw die lidstaat is binnengekomen, ofwel de datum waarop de nationale regeling tot omzetting van deze richtlijn in werking is getreden, tot een strafrechtelijke sanctie leidt, tenzij deze onderdaan een ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
3)
Richtlijn 2008/115 moet aldus worden uitgelegd dat deze eraan in de weg staat dat een lidstaat bepaalt dat een uitzettings- of verwijderingsmaatregel die minstens vijf jaar voorafgaat aan het tijdvak tussen de datum waarop deze richtlijn had moeten zijn omgezet en de datum waarop deze omzetting daadwerkelijk is verricht, later opnieuw als basis kan dienen voor strafvervolgingen, wanneer voornoemde maatregel was gebaseerd op een strafrechtelijke sanctie in de zin van artikel 2, lid 2, sub b, van de richtlijn en die lidstaat heeft gebruikgemaakt van de mogelijkheid waarin deze bepaling voorziet.
(1) PB C 250 van 18.8.2012.
Full & Egal Universal Law Academy