15.2.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 45/11
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 28 november 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Naczelny Sąd Administracyjny — Polen) — Minister Finansów/MDDP sp. z o.o. Akademia Biznesu, sp. komandytowa
(Zaak C-319/12) (1)
(Btw - Richtlijn 2006/112/EG - Artikelen 132 tot en met 134 en 168 - Vrijstellingen - Onderwijsdiensten die met winstoogmerk worden verricht door privaatrechtelijke lichamen - Recht op aftrek)
2014/C 45/19
Procestaal: Pools
Verwijzende rechter
Naczelny Sąd Administracyjny
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Minister Finansów
Verwerende partij: MDDP sp. z o.o. Akademia Biznesu, sp. komandytowa
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Naczelny Sad Administracyjny — Uitlegging van artikel 132, lid 1, sub i, en de artikelen 133, 134 en 168 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1) — Nationale wetgeving die, anders dan richtlijn, voorziet in btw-vrijstelling voor onderwijsdiensten die met winstoogmerk door privaatrechtelijke lichamen worden verricht — Weigering om een dergelijk lichaam, dat vrijstelling heeft genoten, aftrek van voorbelasting toe te staan
Dictum
1)
De artikelen 132, lid 1, sub i, 133 en 134 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet eraan in de weg staan dat onderwijsdiensten die voor commerciële doeleinden worden verricht door niet-publieke organisaties, van de belasting over de toegevoegde waarde worden vrijgesteld. Artikel 132, lid 1, sub i, van deze richtlijn verzet zich evenwel tegen een algemene vrijstelling van alle onderwijsdiensten waarbij geen rekening wordt gehouden met de doelstellingen van de niet-publieke organisaties die deze diensten verrichten.
2)
Een belastingplichtige kan niet krachtens artikel 168 van richtlijn 2006/112 of de nationale bepaling ter uitvoering van dit artikel aanspraak maken op recht op aftrek van de voldane voorbelasting indien zijn in een later stadium verrichte onderwijsdiensten wegens een nationale vrijstelling die in strijd is met artikel 132, lid 1, sub i, van deze richtlijn, niet aan de belasting over de toegevoegde waarde zijn onderworpen.
Deze belastingplichtige kan evenwel, om te vermijden dat die vrijstelling op hem wordt toegepast, aanvoeren dat zij onverenigbaar is met artikel 132, lid 1, sub i, van richtlijn 2006/112, wanneer hij, zelfs rekening houdend met de beoordelingsvrijheid die deze bepaling aan de lidstaten toekent, objectief gezien niet kan worden aangemerkt als een lichaam met soortgelijke doeleinden als een publiekrechtelijke onderwijsinstelling in de zin van deze bepaling, hetgeen de nationale rechter dient na te gaan.
In dit laatste geval zullen de onderwijsdiensten die door die belastingplichtige worden verricht, aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen zijn en zal hij gerechtigd zijn om de voldane voorbelasting af te trekken.
(1) PB C 287 van 22.9.2012.
Full & Egal Universal Law Academy