23.11.2013
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 344/33
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 10 oktober 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Centrale Raad van Beroep — Nederland) — F. van der Helder, D. Farrington/College voor zorgverzekeringen
(Zaak C-321/12) (1)
(Sociale zekerheid - Verordening (EEG) nr. 1408/71 - Artikel 28, lid 2, sub b - Prestaties krachtens ziektekostenverzekering - Rechthebbenden op ouderdomspensioenen in meerdere lidstaten - Woonplaats in andere lidstaat - Verlening van verstrekkingen in woonstaat - Voor rekening komen van verstrekkingen - Lidstaat aan „wettelijke regeling” waarvan rechthebbende het langst onderworpen is geweest - Begrip)
2013/C 344/57
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Centrale Raad van Beroep
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: F. van der Helder, D. Farrington
Verwerende partijen: College voor zorgverzekeringen
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Centrale Raad van Beroep — Uitlegging van artikelen 4 en 28, lid 2, sub b, van verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB L 149, blz. 2) — Ziektekostenverzekering — Verstrekkingen aan rechthebbenden op pensioenen of renten die op grondgebied wonen van andere lidstaat dan lidstaat van bevoegd orgaan — Prestaties voor rekening van orgaan van lidstaat waar rechthebbende het langst verzekerd is geweest — Begrip „wettelijke regeling waaraan rechthebbende het langst onderworpen is geweest”
Dictum
1)
Artikel 28, lid 2, sub b, van verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, zoals gewijzigd en bijgewerkt bij verordening (EG) nr. 118/97 van de Raad van 2 december 1996, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1992/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006, moet aldus worden uitgelegd dat de in die bepaling bedoelde „wettelijke regeling” waaraan de rechthebbende het langst onderworpen is geweest, de wettelijke regeling is die betrekking heeft op pensioenen of renten.
(1) PB C 287 van 22.9.2012.
Full & Egal Universal Law Academy